Direct naar inhoud

De chemische industrie in Zuid-Nederland wil meer steun om te vergroenen — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in genre: Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 25 februari 2021

Plastic gemaakt van Brabantse suikerbieten en groene waterstof uit stro en afgekeurd hout. Als het aan de chemische maakindustrie in Zuid-Nederland ligt, is dit binnenkort allemaal mogelijk. Maar dan zijn er wel meer opties voor de financiering nodig.

Een bult suikerbieten ligt klaar om verwerkt te worden. (Foto: Hollandse Hoogte/Novum RegioFoto)

Dat staat in de woensdag gepresenteerde agenda ‘Groene chemie, nieuwe economie’ van het Economisch Netwerk Zuid-Nederland met 22 acties om de sector te verduurzamen. De meest vervuilende bedrijven van Nederland komen grotendeels uit de chemiesector. Ook zij moeten vergroenen in het belang van de klimaatdoelstellingen en het voortbestaan van de sector.

Minder aandacht voor maakchemie

Binnen de landelijke vergroeningsplannen is er volgens Arnold Stokking, directeur van kennisinstelling Brightsite en ‘aanjager’ van het programma, veel aandacht en subsidie voor de chemiebedrijven die zich richten op brandstoffen, maar minder voor de bedrijven die producten maken, de maakchemie. ‘Terwijl de producenten van kunstmest en kunststof óók moeten stoppen met het gebruik van fossiele grondstoffen.’

Die bedrijven bevinden zich onder meer in de grote chemieclusters in Zeeuws-Vlaanderen, Moerdijk en Geleen. Zij huisvesten vijf ammoniakfabrieken en zes nafta-stoomkrakers, waar jaarlijks zo’n 12 miljoen ton nafta en 2,5 miljoen ton aardgas wordt verwerkt. In 2050 zou jaarlijks tot 40 megaton CO₂-uitstoot bespaard kunnen worden met de overstap naar elektrische processen en door biomassa, afval en CO₂ als grondstoffen te gebruiken.

Grondstoffentransitie

Stokking ziet niet alleen mogelijkheden voor het zuiden van het land. “Suikerbieten groeien ook in Groningen, of in Vlaanderen en Duitsland. Dit kunnen we overal toepassen.” Voor vergroening moeten de energietransitie en de grondstoffentransitie volgens hem hand in hand gaan. “En om in 2050 grootschalige industriële toepassing te bereiken, is het cruciaal dat nú gestart wordt met het opschalen van innovaties.”

Een coalitie van zeventien partijen -van chemiebedrijven, het MKB en financiële instellingen tot overheden- heeft woensdag ook een verklaring ondertekend om zich hiervoor in te zetten. Zo willen de partijen meer samenwerken. “We hebben een groot hightechcluster in Eindhoven waar innovaties worden bedacht. We hebben chemische bedrijven die af willen van fossiele grondstoffen. We hebben een grote agrarische sector voor de biologische grondstoffen. En wij zijn al ver met recycling. Alle ingrediënten zijn er.”

Sluitende businesscase

Nieuwe financieringsconstructies zijn nodig om de businesscase sluitend te maken en er moet nieuw beleid vanuit de overheid komen, stelt het plan. Hier ligt een grote rol voor de overheid, aldus Stokking. “De transitie is groot, evenals het maatschappelijk belang. Nieuwe technieken en grondstoffen maken de productie duurder en ingewikkelder.” Tegelijkertijd krijgen bedrijven er weinig voor terug als ze vooroplopen met de innovaties. De overheid zou volgens Stokking meer moeten kiezen voor de “wortel in plaats van de stok”.

Ook zijn de innovaties nog lang niet opgewassen tegen de fossielen varianten. “De chemische industrie is geoptimaliseerd. Processen zijn efficiënt en er wordt op grote schaal geproduceerd. Dat betekent dat elk alternatief duurder is. Uiteindelijk zal de CO₂-prijs dit weg moeten concurreren, maar tot die tijd zullen we dit gat moeten overbruggen”, aldus Stokking.