Direct naar inhoud

‘Die emissiereductie gaat Europa gewoon halen’ — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 28 oktober 2014
De inhoud van dit artikel is gemigreerd. Lijkt er iets mis te gaan, of onderdelen te missen? Neem dan contact met ons op.

Is emissiehandel wel effectief om de uitstoot van CO2 te verminderen? Bram Bastiaansen en Jaap Janssen, directeuren van handelshuis Amsterdam Capital Trading, zijn overtuigd van wel. Ze openen zelfs een vestiging in Californië waar emissiehandel een droomstart maakt. ‘Dit is een markt die sterk afhankelijk is van politieke consensus. En in Californië is die er.’

Bastiaansen_Janssen_ACT-2_Elmer van der Marel.jpg
Bram Bastiaansen (r) en Jaap Janssen, directeuren van handelshuis Amsterdam Capital Trading | Foto: Elmer van der Marcel

Het blijft schaven aan het Europese handelssysteem voor emissierechten (ETS). Afgelopen donderdag en vrijdag werd op de Europese top in Brussel wederom gedebatteerd over verbeteringen in het systeem. Met vallen en opstaan wordt de emissiemarkt nu volwassen, maar dat wil niet zeggen dat voorstanders van handel het inmiddels makkelijk hebben. De trend dat CO2 en andere broeikasgassen van een prijskaartje worden voorzien, mag wereldwijd dan niet te stoppen zijn, er wordt nog volop geëxperimenteerd met alternatieven voor emissierechtensystemen, met name belastingheffing op uitstoot.

Wereldbank

De Wereldbank constateert dat CO2-belastingen ‘steeds populairder’ worden, bijvoorbeeld in Frankrijk en Scandinavische landen, voor emissies die niet onder het ETS vallen. De emissiereductie in Nederland komt de komende jaren vooral van sectoren die niet onder emissiehandel vallen, zo constateren ECN en het Planbureau voor de Leefomgeving. Is emissiehandel dan wel effectief in het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen?

Bram Bastiaansen en Jaap Janssen, beiden directeur van handelsplatform Amsterdam Capital Trading (ACT), zijn van die experimenten niet bijzonder onder de indruk. ‘Het is duidelijk dat het perfecte handelssysteem nog niet bestaat en het is ook duidelijk dat in Europa in de jaren 2005 tot 2012 veel is misgegaan’, zegt Bastiaansen. ‘Maar we zien ook dat nu in de Verenigde Staten en China voor emissiereductie handelssystemen worden opgezet die zwaar leunen op de Europese ervaringen. En dat zijn de twee landen met de hoogste CO2-emissies.’

Geen maximum

Janssen zegt er niet aan te twijfelen dat het uiteindelijk handelssystemen zullen zijn die door de meeste overheden worden ingezet om klimaatdoelstellingen te behalen, en niet belastingen. ‘Met belastingen leg je de markt geen maximale uitstoot op. Dat is een nadeel. Bovendien wordt vaak pas belasting geheven vanaf een bepaald emissieniveau. Onder dat niveau kent het systeem geen prikkel tot reductie. Ook ontstaat de merkwaardige situatie dat een overheid financieel gebaat zal zijn bij méér uitstoot van broeikasgassen.’ Bastiaansen: ‘Belasting op emissies lijkt meer op het spekken van de staatskas dan op een effectief middel emissies te beperken.’ Janssen: ‘Europa gaat de gestelde reductiedoelen gewoon halen, met dit ETS.’

Liquiditeit

Uiteraard: ACT is in dit opzicht geen belangeloze partij. In 2009 richtten Bastiaansen en Janssen het handelshuis op, specifiek gericht op de markten voor ‘environmental commodities’. Inmiddels doet ACT op de CO2-markten (een van zijn vier activiteiten) zaken met 2.000 van de 12.000 bedrijven die vallen onder het Europese ETS. Janssen: ‘Kortgezegd: we verschaffen liquiditeit in emissierechten. Waar het ene bedrijf rechten overhoudt, komt het andere ze tekort. Wij brengen vraag en aanbod bij elkaar of doen zaken via de beurzen, met name de Londense Intercontinental Exchange ICE. Alleen voor de zeer grote bedrijven is het de moeite waard zelf te handelen via de beurs. Voor anderen is dat te duur.’

De ongeveer veertig medewerkers die aan de Amsterdamse Herengracht bij ACT werken, komen uit heel Europa. Bastiaansen: ‘Naast Britten, Duitsers en Fransen zijn dat ook Polen, Zweden, Spanjaarden, noem maar op. We geloven er sterk in lokale bedrijven in hun eigen taal te benaderen, met gevoel voor hun eigen cultuur.’ Bovendien zijn er ook binnen de Europese Unie nog verschillen in wet- en regelgeving rondom emissierechten en ook daarin verdiepen de lokale specialisten zich.

Hobbels

Zoals bekend heeft het Europese systeem de nodige hobbels moeten nemen. In de beginjaren werden te veel rechten aan de industrie toegekend, waardoor de prijzen kelderden en de handel jarenlang niet geloofwaardig was. Vervolgens gooide de crisis roet in het eten: bedrijven haalden hun reductiedoelstellingen door de wegvallende vraag, niet door reductiemaatregelen. Tot slot waren er nog – in recentere jaren – de incidenten rond digitale diefstal van emissierechten en rond grootschalige btw-carrouselfraude.

Wat kan een handelaar in emissierechten tegenover ‘al die ellende’ stellen? ‘Ik wijs dan op the big picture’, zegt Bastiaansen. ‘Kijk eens hoe al in zoveel landen een gezamenlijk systeem is opgetuigd om emissiereductie tot stand te brengen. Dat is toch knap?’ Bovendien: zo slecht kan het Europese systeem niet zijn, want – zoals gezegd: ‘In de VS en China maakt men in principe nu dezelfde keuzes.’

Droomstart

Dat is ook de directe aanleiding voor ACT om in San Francisco een vestiging te openen. In Californië – in omvang de negende economie ter wereld – is sinds januari dit jaar een handelssysteem ingericht dat grotendeels is vormgegeven naar het Europese voorbeeld. Echter, waar in Europa ‘slechts’ 45 procent van alle CO-emissies onder het ETS valt, maakte Californië een droomstart met de bundeling van maar liefst 85 procent van alle emissies. Het grote verschil met het Europese ETS is dat daarin deelname verplicht is voor bedrijven die vanaf 20 MW elektriciteit verbruiken. In Californië is het criterium voor verplichte deelname de hoeveelheid geproduceerde broeikasgassen: 25.000 ton of meer per jaar. Dat leidt tot relatief meer deelnemers. Ook gaat de transportsector vanaf volgend jaar onder het systeem vallen en die is in de Amerikaanse staat goed voor 35 procent van de totale uitstoot.

Kan Europa niet iets leren van deze aanpak, die dus meteen tot een veel groter bereik van het handelssysteem heeft geleid? ‘Dat is appels met peren vergelijken’, vindt Janssen. ‘Overeenkomst bereiken tussen 27 landen die allemaal de belangen van hun eigen industrie in het oog moeten houden, is een ander verhaal dan als als bestuur van een enkele Amerikaanse staat beleid kunnen bepalen.’ Voor de Europese transportsector geldt bovendien dat de verschillen in belastingheffing nu (nog) groot zijn, en niet op een en hetzelfde niveau zoals in Californië. Dat maakt participatie in een uniforme regeling vrijwel onmogelijk.

Aangesloten

De Californische emissiemarkt ging dit jaar van start met ongeveer 250 partijen. ‘We hebben vorig jaar met tientallen marktpartijen gesproken en onze conclusie was dat wij ook op die markt toegevoegde waarde zullen kunnen leveren’, aldus Janssen. Inmiddels heeft Quebec zich bij het Californische initiatief aangesloten. Andere Amerikaanse en Canadese regio’s zullen spoedig volgen, denkt ACT. ‘Wellicht eerst met lokale systemen’, verwacht Janssen.

En China, is dat geen optie? ‘Het is heel opvallend dat recent de emissiemarkten van een vijftal Chinese provincies gecentraliseerd zijn, zodat daar waarschijnlijk wel een nationaal handelssysteem ontstaat. Maar China houdt op dit moment bijna alle externe partijen buiten de deur. De Verenigde Staten zijn veel laagdrempeliger.’

Streep

Vorig jaar verkende ACT ook nog de mogelijkheden in Australië. Bastiaansen: ‘Daar werkte men aan een veelbelovend systeem. Toen waren er echter verkiezingen en trad een rechts kabinet aan. Dat haalde door alle plannen een streep. Ja, we opereren op een markt die sterk afhankelijk is van politieke consensus, dat beseffen we terdege.’

Overigens is dat ook de reden dat een wereldwijd handelssysteem volgens ACT nog (heel) ver weg is. Janssen: ‘Het is al een prestatie van formaat dat de Europese landen onderling een evenwicht hebben kunnen vinden tussen de verschillende belangen. Op middellange termijn, de komende tien jaar, zien wij dat op wereldschaal niet gebeuren.’