Direct naar inhoud

Gratis? Of negatief geprijsd? — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 26 augustus 2014
De inhoud van dit artikel is gemigreerd. Lijkt er iets mis te gaan, of onderdelen te missen? Neem dan contact met ons op.

Duitse duurzame, goedkope energie klotst tegen de grenzen van Nederland. Toch komt maar een klein deel Nederland binnen. Oorzaak: te weinig grensverbindingen. Gevolg: negatieve stroomprijzen in Duitsland, en forse prijsverschillen tussen de twee landen. Vijf vragen over werking en gevolgen van ‘gratis’ Duitse stroom.

Duits_rtr.jpg
vooral Duitse grootverbruikers van energie profiteren van de lage en negatieve energieprijzen | Reuters

1. Hoe komen negatieve prijzen tot stand?

Op 17 augustus had Duitsland voor de derde keer dit jaar te maken met een negatieve baseload – de gemiddelde energieprijs gemeten over 24 uur. De energieprijs was op het laagste punt -€ 59,03 per MWh.

Negatieve prijzen van Duitse energie komen vooral voor op dagen met een hoge productie uit duurzame en hernieuwbare energiebronnen, zoals zon, wind en biomassa, en een lage binnenlandse vraag, vooral in het weekend en op feestdagen. Aangezien grootschalige opslag van stroom nog nauwelijks mogelijk is, daalt de energieprijs, soms zelfs tot in het negatieve.

In heel Europa is afgesproken dat er evenveel stroom het net opkomt als eraf gaat. Dan is het elektriciteitsnet in balans. Normaliter kunnen energiebedrijven de netbalans reguleren door gas- of kolencentrales harder of zachter te laten draaien. Op basis van (statistische) modellen over de te verwachten vraag bepalen energiebedrijven hoeveel stroom ze op het net zetten.

Maar duurzame energiebronnen, zoals zonne- en windenergie, zijn vooralsnog inflexibel. Windmolens kunnen vaak nog worden uitgezet, maar zonnepanelen niet. Als er te veel of te weinig energie wordt geproduceerd, dan ontstaat er onbalans op het net. Dat kan in het uiterste geval leiden tot kortstondige of langdurige stroomuitval.

Netbeheerder Tennet bewaakt zowel in Nederland als in grote delen van Duitsland de netbalans te. De beheerder heeft met bedrijven en energieproducenten contractueel vastgelegd om altijd een reserve aan consumptie- en productiecapaciteit aan te houden. Die reserve kan worden ingezet op momenten dat er een overschot of tekort aan energie ontstaat. De vergoeding of boetes die de netbeheerder daarvoor rekent, liggen hoger dan de marktprijs van energie en zijn voor rekening van het energiebedrijf dat het tekort veroorzaakt.

‘De transitie naar duurzame energie zorgt voor meer volatiliteit op de energiemarkt’, zegt René Kerkmeester, CEO van de elektriciteitsbeurs APX Group. ‘Door de komst van zonne- en windenergie wordt de onvoorspelbaarheid van het energieaanbod op de korte termijn groter. Olieanalisten zijn vervangen door meteorologen. Het is tegenwoordig belangrijk om te weten wanneer het wat warmer of kouder is en wanneer het gaat regenen.’

Na de kernramp in Fukushima heeft Duitsland met de ‘Energiewende’ grootschalig ingezet op duurzame energiebronnen. Ook is Duitsland zijn kerncentrales aan het sluiten. Op een dag is al eens 74% van de totale Duitse vraag duurzaam geproduceerd.

Met een grote hoeveelheid aan inflexibele duurzame energiebronnen en relatief veel must-run (bruin)koolcentrales – centrales die moeten blijven draaien, bijvoorbeeld omdat zij stadswarmte leveren, of omdat het te lang duurt om ze weer op te starten – is Duitsland steeds minder in staat het net in balans te houden. ‘Duitse kolencentrales zijn slecht in staat om snel terug te schakelen’, aldus Hendrik Steringa, beleidsanalist van stichting Nederland Krijgt Nieuwe Energie, die zich inzet om de overstap naar duurzame energie te versnellen. ‘Bovendien is het bij sommige centrales goedkoper om deze een tijdje tegen te lage prijzen, en dus met verlies, door te laten draaien, omdat stilzetten en daarna weer aanzetten duurder is.’

2. Wie profiteren van de lage en negatieve energieprijzen?

Dat zijn vooral Duitse grootverbruikers van energie, bijvoorbeeld in de chemie- en voedingsmiddelensectoren en de metaalindustrie. ‘Die bedrijven moeten in het verleden natuurlijk geen dure langjarige contracten hebben afgesloten’, aldus Steringa. ‘Ook kunnen langdurige lage prijzen vervelend zijn voor bedrijven met een eigen energiecentrale.’

Opmerkelijk genoeg profiteren Duitse consumenten nauwelijks van de lage of negatieve prijzen op de groothandelsmarkt. De kosten van de Energiewende komen grotendeels voor rekening van de Duitse consument en het midden- en kleinbedrijf.

Duitsland maakt gebruik van een ‘feed-in’-systeem voor duurzame energie. Producenten van hernieuwbare energie krijgen een vaste vergoeding per opgewekte KWh, ongeacht de marktprijs. Zelfs bij hele lage of negatieve prijzen worden producenten van duurzame energie niet geprikkeld om hun productie te verlagen. Ze krijgen de vergoeding immers toch wel.

De via het feed-in tarief opgewekte stroom van duurzame producenten wordt door de netbeheerder op de markt verkocht. ‘Het verschil tussen de marktprijs en de vastgestelde vergoeding wordt betaald via de opslag op de rekening van de consumenten’, zegt Steringa. ‘Hoe lager de prijs op de markt, des te hoger wordt de opslag op de energierekening. Die opslag is daarom de afgelopen jaren niet alleen gestegen omdat meer mensen zonnepanelen installeren, maar ook omdat de stroomprijs op de groothandelsmarkt alsmaar daalt. Bovendien wordt de dalende prijs op de groothandelsmarkt veelal niet doorgegeven aan de consument.’

‘Als de vraag instort terwijl het aanbod niet gestopt kan worden, enerzijds vanwege een inflexibel energiepark en anderzijds vanwege het subsidiesysteem, dan daalt de prijs soms wel tot in het negatieve’, aldus Kerkmeester. ‘In het feed-in-subsidiesysteem in Duitsland zijn hernieuwbare producenten niet genegen hun productie te reduceren. De fossiele energiebedrijven moeten de energie vervolgens kwijt tegen bijna elke prijs.’

3. Kennen we in Nederland ook negatieve prijzen?

In Nederland komen die nauwelijks voor. Als de energieprijs daalt tot in het rood, dan is dat minimaal. Zo was er op 1 januari 2012 om zeven uur en acht uur ’s ochtends sprake van een negatieve prijs, -€0,01 respectievelijk -€0,08 per MWh. Een overschot aan duurzame energie in Nederland kan op dit moment nog gemakkelijk worden gecompenseerd door de elektriciteitsproductie door gascentrales te verminderen.

Ook zijn de Nederlandse subsidies voor duurzame energie gekoppeld aan de marktprijs, in tegenstelling tot in Duitsland, waar ze altijd een vaste vergoeding krijgen, ongeacht de marktprijs. In Nederland zullen producenten van hernieuwbare energie bij negatieve prijzen wel reageren op de markt.

4. Wat merkt Nederland van de goedkope Duitse energie?

Het effect van de lage en negatieve energieprijzen is tweeledig. Enerzijds hebben Duitse bedrijven een concurrentievoordeel ten opzichte van hun Nederlandse concurrenten. ‘Door een gebrek aan verbindingen van het stroomnet met onze oosterburen heeft Nederland geen volledige toegang tot de goedkope Duitse energie’, aldus Hans Grünfeld, directeur van de Vereniging voor Energie, Milieu en Water (VEMW), die de belangen van (groot)zakelijke gas-, elektriciteits- en waterafnemers behartigt. ‘De grenscapaciteit wordt vaak volledig benut, waardoor er prijsverschillen blijven bestaan.’

Anderzijds heeft de lage prijs in Duitsland een neerwaarts effect op de Nederlandse energieprijzen, voor zowel reguliere consumenten als grootverbruikers. ‘Vooral Nederland neemt deze stroom af omdat het spotgoedkoop is’, zegt Steringa. ‘Nederland, met zijn park aan flexibele gascentrales, balanceert dus feitelijk de Duitse netten.’

Volgens de APX is de gemiddelde energieprijs in Nederland per maand sinds december 2013 van € 52 per MWh gedaald naar ongeveer € 38 per MWh in juni, mede door de goedkope Duitse energie.

‘Wij zien een prijsdrukkend effect in Nederland door de Duitse energieprijzen, die grotendeels gebaseerd zijn op de gesubsidieerde duurzame energie’, aldus Kerkmeester van de APX. ‘Marktkoppeling en marktintegratie hebben voor Nederland eigenlijk alleen maar voordelen. De concurrentie in het productiepark gaat omhoog, waardoor de efficiëntie stijgt. De prijzen convergeren, wat zorgt voor een gelijk speelveld voor gebruikers van energie. De security of supply stijgt, omdat het Europese net beter in staat is plotselinge schommelingen in het aanbod en de vraag van energie op te vangen.’

5. Moeten er meer verbindingen tussen Nederland en Duitsland komen?

Met een hogere grenscapaciteit zou Nederland meer kunnen profiteren van de lage Duitse energieprijs, maar het is nog maar de vraag of daar grootschalig in zal worden geïnvesteerd.

Op dit moment heeft de Nederlandse netbeheerder Tennet drie verbindingen met Duitse hoogspanningsnetten, samen goed voor 2.249MW aan beschikbare capaciteit voor de markt. In 2016 moet een vierde verbinding klaar zijn, tussen Doetinchem en Wesel, met een capaciteit van 2.635 MW. Ook is Tennet van plan de capaciteit van de bestaande verbinding tussen Meeden en Dielen uit te breiden.

‘Als er genoeg interconnectorcapaciteit was tussen Nederland en Duitsland, dan zouden energiegebruikers meer kunnen profiteren van de lage energieprijzen in Duitsland’, aldus Kerkmeester. ‘Maar interconnectors vergen grote investeringen en kosten veel tijd om te bouwen. Als de Duitse overheid over een aantal jaren opeens bepaalt om te stoppen met subsidies voor duurzame energie, dan zit je met een investering van enkele honderden miljoenen.’

‘Duurzame energie en marktintegratie zijn met elkaar verbonden’, zegt Kerkmeester. ‘Bij meer volatiliteit op de energiemarkt moet de flexibiliteit omhoog. Met een geïntegreerde Europese energiemarkt kan er beter worden ingespeeld op plotselinge veranderingen.’

West-Europa heeft bij volledige integratie van de energiemarkten in principe geen grenzen meer voor energie. Wel verschilt het energiebeleid nog sterk per lidstaat. Dat zorgt volgens Kerkmeester voor onzekerheid op de markt. ‘Als beurs zijn wij hard bezig om bij te dragen aan de energietransitie en marktintegratie, op verzoek van de overheid, maar tegelijkertijd blijven er grote verschillen tussen landen bestaan in basiskosten en subsidies.’

Duitsland is al bezig om de groei van duurzame energiebronnen te beperken, om de kosten van het subsidiebeleid weer onder controle te krijgen. ‘Duitsland kijkt nadrukkelijk naar het Nederlandse model om de Duitse energiesubsidiëring op te baseren’, zegt Grünfeld. ‘Als je zeker zou weten dat er in de toekomst minstens zoveel negatieve prijzen in Duitsland voorkomen als nu, dan loont het om meer capaciteit aan te leggen. Maar de vraag is of het uit de hand gelopen Duitse model in stand wordt gehouden.’