Direct naar inhoud

Warmtenetten, hebben ze toekomst? — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in sectie:
Gepubliceerd op: 13 oktober 2015
De inhoud van dit artikel is gemigreerd. Lijkt er iets mis te gaan, of onderdelen te missen? Neem dan contact met ons op.

Warmte voor huizen, kantoren en kassen moet volgens minister Kamp in de toekomst gemaakt worden met andere bronnen dan gas. In die ambitie spelen groot- en kleinschalige warmtenetten een cruciale rol. De minister wil daarom het gebruik van bestaande warmtenetten optimaliseren en investeringen in nieuwe netten aanmoedigen. Die netten moeten ervoor zorgen dat die alternatieve warmte toegankelijk is voor veel gebruikers. De minister wordt ondersteund door een recent rapport van CE Delft (Op weg naar een klimaatneutrale gebouwde omgeving 2050). In dat rapport is berekend dat op basis van kostenefficiëntie meer dan de helft van de warmtebehoefte in 2050 gedekt zou kunnen worden door warmtenetten. Om deze ambitie te realiseren moet er wel veel gaan gebeuren want op het moment is slechts 3% van de woningen aangesloten op een warmtenet. Hebben warmtenetten inderdaad de toekomst?

Ze hebben de schijn in ieder geval tegen. Er zijn verschillende onzekerheden die de verwachte groei van de netten kunnen gaan frustreren. Allereerst zijn er onzekerheden rond de vraag naar warmte. De warmtevraag van woningen is door betere isolatie van de nieuwbouw woningen de laatste jaren al sterk afgenomen. De vraag is nog verder gedaald door de crisis. Er zijn daardoor veel minder woningen gebouwd terwijl de groei van de warmtevraag moet komen van nieuwe woningen! Het aansluiten van bestaande woningen op een warmtenet leidt tot veel hak- en breekwerk waarmee de bewoners akkoord moeten gaan. Het is onrealistisch om daar groei te verwachten. Het initiatief nul-op-de-meter zal verdere energiebesparingen initiëren en het is maar de vraag of de economie voldoende zal aantrekken om nieuwbouw een flinke boost te geven. Deze ontwikkelingen zorgen voor veel onzekerheid over de toekomstige warmtevraag.

De onzekerheid van het warmteaanbod is ook groot. De huidige warmtenetten worden meestal gevoed door één vaste producent. Doorgaans een conventionele elektriciteitscentrale of een afvalverbrandingcentrale. De operationele spread (spark spread) van veel conventionele gas centrales is te laag doordat zon- en windproductie een neerwaarts effect op de elektriciteitsprijzen hebben. Het laatste monitoringrapport van Tennet laat zien dat steeds meer conventionele gascentrales daarom worden geconserveerd. Door lage kolen- en CO2 prijzen kunnen vooral warmte producerende conventionele kolencentrales rendabel draaien. Uit het oogpunt van duurzaamheid is dit geen wenselijke situatie. Te meer daar alternatieve duurzame warmteproductie op dit moment nog te duur is. Ook zij moeten concurreren met de relatief goedkope warmte van HR-ketels. De opbrengsten van een warmtenet hangen af van de berekening van een maximale warmteprijs op basis van het niet meer dan anders (NDMA) principe en dus niet direct met de feitelijke kosten er van. Daarnaast kan de CO2 waarde niet worden ingeprijsd. Voor huishoudens is het daarom gemakkelijker en goedkoper om met gas te blijven stoken en in de nabije toekomst wellicht met warmtepompen. De tariefregulering gekoppeld aan gas en maakt investeringen in warmtenetten niet echt aantrekkelijk.

De overheid gaat wel een studie verrichten naar de huidige tarifering. Aangezien gas de belangrijkste brandstof voor warmte is, wordt er gesproken over het verhogen van de energiebelasting voor gaslevering. Er wordt over twee mogelijkheden gesproken. De maatregel zou financieel neutraal kunnen worden ingevoerd waarmee wordt bedoeld dat de belasting op elektriciteit omlaag gaat en die van gas omhoog. Of alleen worden verhoogd voor de levering van gas zoals in Denemarken. In het kader van een vergroening van het belastingstelsel zou de belasting op aardgas dan worden opgetrokken tot het huidige niveau voor elektriciteit. De extra belasting inkomsten kunnen worden gebruikt om bijvoorbeeld warmtenetten financieel te ondersteunen.

Deze maatregel is in Nederland onrealistisch omdat een gemiddeld huishouden ongeveer vier maal zo veel energiebelasting op gas zou moeten gaan betalen. Ook van de eerste maatregel moeten warmtenetten niet te veel verwachten. De maatregel zou maar voor een beperkte financiële prikkel zorgen. Daarbij zullen de maatregels de business case voor huishoudens om te investeren in warmtepompen aantrekkelijker maken. Zeker in combinatie met de verwachte lagere elektriciteitsprijzen. Terwijl warmtepompen duurzame warmtenetten in zekere zin overbodig maken. Tevens speelt deze warmtetechniek in op een trend bij de consument naar meer onafhankelijkheid in zijn energielevering. Een warmtepomp kan voor flexibiliteit zorgen waardoor lokale zon productie beter geabsorbeerd kan worden bijvoorbeeld. Technisch kunnen warmtenetten voor dezelfde flexibiliteit zorgen, echter zijn de bestaande netten meestal gesloten lokale systemen. De producent heeft doorgaans een monopolie op de productie en de eigenaar van de netten heeft doorgaans een monopolie op de levering. De afnemer is daardoor met handen en voeten gebonden aan zijn leverancier.

Nieuw beleid
De groei van warmtenetten zal door deze onzekerheden bemoeilijkt worden. Toch is er vanuit gemeentes, provincies, netwerkbedrijven en bedrijven veel interesse voor de ontwikkeling van duurzame warmtenetten. Er wordt daarbij veel verwacht van lokale open netten die meerdere leveranciers aan het net kunnen koppelen. Dat kan door ‘Third Party Acces (TPA)’ toe te staan bij bestaande netten en nieuwe netten als ‘open net’ op te zetten. Die netten zouden dan aan de volgende voorwaarden moeten voldoen:

  • Aansluiting meerdere warmteaanbieders en afnemers
  • Warmteaanbieder moet afnemer kunnen worden en andersom
  • Vraag en aanbod moeten op elkaar worden afgestemd. De duurste leverancier bepaalt hierbij de prijs van warmte voor een bepaald uur

Ondanks de interesse van deze netten is het ook hier de vraag of er op relatief korte termijn een gezonde business case bestaat voor open netten. Het openen van bestaande netten voor meer aanbieders zal de business case voor de bestaande leverancier in de meeste gevallen nog onaantrekkelijker maken. De meeste netten hebben daarbij te weinig warmtevolume om op een efficiënte wijze vraag en aanbod op elkaar te kunnen afstemmen. Ook zal het moeilijk zijn te zorgen voor voldoende duurzaam en concurrerend warmteaanbod. Voor echte goedkope duurzame warmte moet er eerst in warmtetechnieken worden geïnvesteerd die geen fossiele grondstoffen gebruiken, zoals geothermie. Hoewel er veel SDE+ subsidie aan geothermie is toegewezen, zal de techniek mede door haar geografische beperking slechts op een beperkt aantal locaties een bijdrage kunnen leveren. Het duurzame aanbod zal dus in veel gevallen met fossiele (rest)warmte moeten worden aangevuld. De business case voor nieuwe open netten heeft daarbij ook nog te maken met investeerders. Zij zullen langjarige warmtecontracten willen afsluiten om zekerheid te verkrijgen over de rendementen op hun investering. De consument zal in de huidige markt weinig interesse hebben om een langjarig verplichting aan te gaan.

Optimale duurzame warmtelevering in open netten kan in de meeste gevallen alleen als netten worden gekoppeld. Dat is bijvoorbeeld mogelijk op plaatsen waar de glastuinbouw voor veel warmtevraag zorgt en er al verschillenden warmtenetten bestaan. Die netten kunnen dan worden gevoed met warmte van verschillende aanbieders, liefst alleen aanbieders van potentiële geothermische en andere echte duurzame warmtebronnen. Helaas zullen er pas op de langere termijn voldoende van deze warmtebronnen zijn. Voorlopig zal ook hier het warmteaanbod afhankelijk zijn van fossiele (rest)warmte. Door het aaneenrijgen van zulke netten met nieuwe aftakkingen naar tuinders, de gebouwde omgeving en industrie ontstaat een open warmtenet met potentie. Dit kan echter alleen op sommige plekken in Nederland zoals bijvoorbeeld het Havengebied en het Westland in Zuid Holland.

De toekomst voor warmtenetten is onzeker. Lagere elektriciteitsprijzen door zon- en windenergie zullen het gebruik van warmtepompen stimuleren. Een techniek die tevens inspeelt op een consumententrend naar meer onafhankelijkheid in de energielevering. Deze bron zal conform de wens van de minister gas gaan vervangen zonder dat daar warmtenetten voor nodig zijn. De minister zou daarom zijn beleid beter kunnen focussen op de verduurzaming van de warmtevoorziening met warmtepompen. Dat beleid zou kunnen beginnen met het verhogen van de energiebelasting op gas. Daarnaast zou hij zijn focus kunnen richten op het ondersteunen van warmtenetprojecten met potentieel zoals het ‘warmterotondeproject’ in Zuid Holland. Er moet bij deze projecten dan wel een clausule zijn ingebouwd die er voor zorgt dat nieuwe duurzame aanbieders preferente toegang tot het net krijgen op basis hun CO2 besparingspotentieel.