Direct naar inhoud

Zonder grondstoffen geen energietransitie – en de problemen beginnen nu al — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in genre: Geplaatst in sectie:
Gepubliceerd op: 22 januari 2021

Windmolens, zonnepanelen, elektrische auto’s: ook de energiebronnen en transportmiddelen van de toekomst hebben grondstoffen nodig, in ieder geval bij de aanleg. Heel veel grondstoffen zelfs, die niet altijd makkelijk te winnen zijn en in Nederland niet voorkomen. De circulaire economie moet uitkomst bieden. Maar hoe haalbaar is dat?

In het kort

De energietransitie zal de honger naar grondstoffen alleen maar erger maken. De voortekenen zijn nu al te zien; de prijzen voor metalen schieten omhoog. In Nederland zet de politiek en het bedrijfsleven in op de circulaire economie om dit probleem op te lossen, maar die komt vooralsnog nog niet van de grond.

Het is de grote frustratie van ondernemer Niels Wagemaker (48). Er dreigt een tekort aan bijzondere metalen en hij wil in Nederland een fabriek neerzetten om die grondstoffen te winnen uit oude printplaten. Zonder afval, met een verdienmodel. Maar financiers durven het nog niet aan. In de tussentijd gaan de materialen grotendeels verloren. En dat terwijl de verwachte behoefte aan zogenoemde kritieke grondstoffen enorm is.

Die behoefte wordt ook aangedreven door de energietransitie. Zonnepanelen en windmolens maken gebruik van hernieuwbare energie, maar moeten wel eerst worden gebouwd. Tesla’s stoten geen uitlaatgassen uit, maar voor de accu’s wordt in landen ver weg de bodem afgegraven op zoek naar metalen. Als de wereld serieus werk gaat maken van verduurzaming, wordt die trend alleen maar sterker.

Sla ingesloten LocalFocus-inhoud over
Ingesloten LocalFocus-inhoud overgeslagen
Sla ingesloten LocalFocus-inhoud over
Ingesloten LocalFocus-inhoud overgeslagen

De voortekenen zijn nu al te zien op de markten voor grondstoffen. Na het dieptepunt van de coronacrisis, met een deels stilvallende productie, zijn de prijzen opmerkelijk hard omhoog geschoten. Vooral in metalen is er een rally gaande: koper staat op niveaus die sinds 2013 niet meer zijn gezien. Dit metaal, een uitstekende geleider van elektriciteit, wordt gezien als cruciaal voor de ‘elektrificatie’ van de economie.

Supercyclus

“Er komt een nieuwe supercyclus aan”, zegt Jeff Currie, hoofd grondstoffenresearch bij zakenbank Goldman Sachs. “Door de lage prijzen is de afgelopen jaren heel weinig geïnvesteerd in de winning van grondstoffen. Het meeste geld van beleggers ging naar techbedrijven zoals Facebook. Ik noem het de wraak van de oude economie, want de komende jaren zullen we heel veel grondstoffen nodig hebben.”

Bij een ‘supercyclus’ schieten de prijzen voor grondstoffen jarenlang omhoog vanwege een tekort aan aanbod. Als er eenmaal genoeg nieuwe mijnen zijn aangelegd, volgt uiteindelijk overaanbod en kelderen de prijzen weer, wat het einde van de cyclus inluidt. De laatste ‘supercyclus’ begon rond 2000 met de opkomst van China als economische grootmacht. Net als nu was er in de periode daarvoor weinig geïnvesteerd in nieuwe mijnen en stegen de prijzen toen de vraag vanuit China toenam. Die situatie kan heel lang duren, omdat het aanbod de gestegen vraag niet snel kan bijbenen. Een nieuwe mijn opzetten duurt jaren.

“Volgens onze berekeningen zijn voor de groene economie ongeveer dezelfde investeringen nodig als China heeft gedaan om zijn maakindustrie op te zetten. Wij kwamen op $16.000 mrd tot 2030. Dat geeft een idee van de schaalgrootte”, zegt Currie, met 25 dienstjaren een oude rot in het vak.

Circulaire economie

Ook de Nederlandse politiek ziet het probleem. Deze week kwam het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) op verzoek van het kabinet met een eerste rapport over de stand van de circulaire economie. De ambities zijn hoog: in 2050 moet Nederland circulair zijn. Een economie zonder afval dus, waarin grondstoffen opnieuw worden gebruikt en producten worden gerepareerd en gerecycled. In 2030 moet het gebruik van (niet biologische) grondstoffen al zijn gehalveerd. Niet alleen vanwege de prijzen en beschikbaarheid, maar bovenal vanwege het (mondiale) milieu en de klimaatverandering.

De ambities zijn hoog: in 2050 moet Nederland circulair zijn. Een economie zonder afval dus. Hier wordt na de feestdagen glas verzameld voor recycling. (Foto: Robin Utrecht/ANP)

Maar het schiet niet op, concludeert het Planbureau. Hoewel grondstoffen efficiënter worden gebruikt, is het totale gebruik sinds 2010 is nauwelijks veranderd. Ondertussen nemen de leveringsrisico’s van kritieke grondstoffen toe. Kobalt, dat wordt gebruikt voor oplaadbare batterijen en de raffinage van olie, is een goed voorbeeld. Het meeste kobalt komt uit de Democratische Republiek Congo, één van de armste, meest instabiele en corrupte landen ter wereld. Het delven van kobalt gebeurt er soms met de hand, onder helse omstandigheden.

Het is ondernemer Wagemaker een doorn in het oog. “Aan de ene kant van de wereld graven we gaten in delicate gebieden en doen we veel moeite om grondstoffen uit de grond te halen. En aan de andere kant van wereld gooien we deze aan het einde van de levensloop weg.”

Plek voor fabriek is al bedacht

Na jaren van ‘circulaire consultancy’, was Wagemaker in 2017 dan ook klaar met het schrijven van rapporten die in bureaulades belanden. Het was tijd voor actie. Samen met collega Martin van Zanten richtte hij Circulair Industries op. Het doel: goud, zilver, platina, koper, palladium en vijfenvijftig andere elementen terugwinnen uit printplaten afkomstig uit televisies, computers, telefoons en zelfs deurbellen. Het zijn belangrijke grondstoffen voor de maakindustrie, zegt Wagemaker.

Maar de uitvoering is niet zo makkelijk. De technieken zijn bewezen, de businesscase is rond en zelfs de plek waar de fabriek moet komen -in het Amsterdamse Havengebied- is al bedacht. Alleen met de financiering wil het niet vlotten. De fabriek kost minimaal €50 mln en financiers willen graag garanties. Die kan de start-up niet geven. En dus moet Wagemaker experts inschakelen voor extra onderbouwing, en geruststelling. “Dat kost tijd en veel geld. En hoe langer het duurt, hoe meer grondstoffen bij het afval belanden.”

Overheidsingrijpen

Het aandeel circulaire bedrijven in de totale Nederlandse economie is in de afgelopen jaren niet toe- maar afgenomen, stelde het PBL. En de bedrijven die zich wel ermee bezighouden, deden dat grotendeels ook daarvoor al: kringloopwinkels, fietsenmakers en garagebedrijven bijvoorbeeld.

Het overheidsbeleid is te vrijblijvend, er is meer ‘dwang en drang’ nodig, constateert het PBL. Zo zou bijvoorbeeld de milieuschade verplicht verwerkt moeten worden in de prijs. “Plastic wordt gemaakt van aardolie, maar wordt nu niet zo sterk belast als benzine”, zegt PBL-onderzoeker Frank Dietz. “Plastic is eigenlijk te goedkoop”.

Demissionair staatssecretaris Stientje van Veldhoven (D66), opdrachtgever van het onderzoek, zegt in een reactie op het rapport ook te pleiten voor stevigere maatregelen en meer prikkels. Zij vindt een circulaire-economiewet een logische stap om de ambities te halen (zie kader).

Lange adem

Ondernemer Wagemaker noemt het inzetten van dwang “complete onzin”. “Producten worden dan duurder, de consument betaalt. Als je de markt wil veranderen, moet je juist partijen de ruimte en middelen geven om die markt te verstoren. Zoals Tesla heeft gedaan met de auto-industrie: toen móést iedereen mee.”

Wagemaker kent meerdere circulaire ondernemers met duurzame plannen die na jarenlang proberen alsnog stoppen. “Er is weinig ervaring mee, zowel bij de financiers als beleidsmakers. Als ondernemer kom je in een politieke wereld terecht. Het ondernemen wordt eruit gehaald. En je hebt een lange adem nodig.”

Hij hoopt vooral dat er snel iets gaat gebeuren, dat er meer fondsen beschikbaar komen voor de validatie van bedrijfsmodellen bijvoorbeeld. “Begrijp me niet verkeerd, we hebben veel medestanders en partijen die ons een warm hart toedragen, en dat helpt enorm om ons verhaal te vertellen. Maar uiteindelijk hebben we gewoon financiering nodig.”

‘Prikkels moeten bijeenkomen in circulaire-economiewet’

Demissionair staatssecretaris Stientje van Veldhoven (D66) nam donderdag het PBL-rapport over de circulaire economie in ontvangst. De bewindsvrouw, die opdracht gaf voor het onderzoek, beaamt dat er veel moet gebeuren om in 2050 circulair te zijn. In gesprek met Het Financieele Dagblad noemt ze het rapport belangrijk om de richting te bepalen. De vraag is vaak wat een circulaire economie precies is en hoe je de voortgang meet, zegt Van Veldhoven. “Daartoe hebben we methodologie nodig. Het rapport laat zien of we op schema liggen.”

De onderzoekers van PBL schatten in dat het circulaire beleid zo’n vijftien jaar achterloopt bij het klimaatbeleid. Er moet bijgestuurd worden om de ambities voor 2050 te halen, klonk het bij de persbijeenkomst. Van Veldhoven beaamt dat. “We zijn later begonnen, maar er is in tien jaar veel veranderd. Het is geagendeerd, bedrijven zijn gestart. Nederland loopt in Europa voorop met recyclen, maar een circulaire economie is meer. In 2050 volledig circulair zijn, is een enorme opgave. Dus we moeten vaart maken.”

Maar waar het PBL spreekt over “drang en dwang” om daar te komen, gebruikt de staatssecretaris liever het woord “prikkels” voor het normeren en belonen. “Zoals bij de energietransitie waar subsidie helpt om andere keuzes te maken. Maar we kunnen ook eisen dat een plastic product een percentage gerecycled plastic bevat. Zodat voor ondernemers een circulaire keuze ook een economisch verstandige optie is.” Van Veldhoven vindt het een logische stap voor een volgend kabinet die (financiële) prikkels en doelen samen te brengen in een circulaire-economiewet.

Een ander belangrijk aspect is de financiering voor ondernemers met circulaire plannen. Van Veldhoven zegt dat dit wordt onderzocht, met partijen uit de financiële sector. “Het is duidelijk dat er vraag is naar financiering én dat partijen dit willen aanbieden. Maar er is ook veel onzekerheid en onvoldoende kennis om hen bij elkaar te brengen. Er wordt op dit moment in werkgroepen gekeken hoe we dat kunnen doen. Daarin worden allerlei opties besproken, waaronder garanties vanuit de overheid.”

Nederlandse bedrijven en circulariteit

Vlgens het Planbureau voor de Leefomgeving schiet de circulaire economie niet echt op, maar bij de grote Nederlandse bedrijven staat het thema wel degelijk op de agenda. Een greep uit de reacties op vragen van het FD:

Philips streeft ernaar dat in 2025 25% van de verkopen voortkomt uit circulaire producten, services en software. Het heeft twee fabrieken waar apparaten zoals MRI en Ultrasound worden klaargemaakt voor een nieuwe “gebruikscyclus”. De uitdaging is helder krijgen wat “volledig circulair” precies betekent, zegt een woordvoerder. “Kengetallen zouden helpen de voortgang te monitoren.”

Industrieconcern VDL zegt dat circulariteit grotendeels in de praktijk wordt afgedwongen. Binnen de 107 werkmaatschappijen wordt gelet op het verminderen van afval en energieverbruik en op de materiaalkeuze. Er is voor bedrijven mogelijk wel een wisselwerking, vervolgt de woordvoerder: “Hergebruik en duurzaamheid mogen geld kosten, en kunnen uiteindelijk ook renderen.”

Lichtbedrijf Signify wil de levensduur van de producten verlengen. Het heeft als doel om de omzet uit circulaire toepassingen te verdubbelen van 16% in 2019 naar 32% in 2025. Mogelijke bottlenecks zijn dat mensen oude patronen moeten doorbreken. Ook zijn ‘virgin materials‘ te goedkoop in vergelijking tot hergebruikte hoogkwalitatieve materialen.

Technologiebedrijf TKH Group zegt steeds meer grondstoffen te hergebruiken en substituten te ontwikkelen. “Meer klanten stellen ook eisen aan circulariteit”, zegt een woordvoerder. Dat merkt het bedrijf ook elders. “Er wordt meer R&D-capaciteit ingezet op circulariteit, de prioriteiten verschuiven. Die bedragen op dit moment circa 0,5% van de omzet. Dit zal verder toenemen naar 2% tot 3% van de omzet.”