Column

Smart pricing begint met begrip van marktwerking

Netbeheerder Nederland geeft in het kwartaalblad Net NL aandacht aan smart pricing. Daarbij wordt vooral gebruik gemaakt van uitlatingen van TNO. TNO’s advies aan de netbeheerders om de grenzen van wat is toegestaan op te zoeken, spreekt blijkbaar tot de verbeelding. Ook halen de netbeheerders TNO’s pleidooi aan om de energiemarkt te verbreden en kleinverbruikers toegang te geven. Die kleinverbruikers zouden op één dag met meerdere energieleveranciers in zee moeten gaan, afhankelijk van de prijzen die ze bieden. De netbeheerders sluiten het artikel af met de verzuchting "alleen, dan moet die prijs wel eerlijk zijn. En daar liggen nog wel wat open eindjes…"

Het artikel stemt tot droefenis. Blijkbaar zien netbeheerders het enorme gat tussen de wensdroom van TNO en de dagelijkse praktijk nog steeds niet. De praktijk: in de media worden consumenten nog steeds opgeroepen eindelijk eens te switchen omdat daar 400 euro per jaar mee bespaard kan worden. De wensdroom: consumenten, die nog geen euro per dag (kale prijs) aan elektriciteit uitgeven, gaan dagelijks met meerde leveranciers in zee! Kan het contrast groter?

Helaas blijft de droefenis niet tot de mismatch tussen praktijk en wens beperkt. Juist als het doel van een eerlijke prijs wordt bereikt, is er totaal geen reden om met meerdere leveranciers in zee te gaan. Waarom switchen als iedere leverancier dezelfde prijs hanteert? In dit opzicht is het van belang dat nota bene elektriciteit het perfecte product is voor eerlijke prijzen. Het wordt vervoerd met de snelheid van het licht, het wordt verbruikt op moment van productie en bij goede organisatie van de markt, inclusief systeem van transporttarieven, zijn de externe kosten voor alle leveranciers gelijk.

Als er al nadelen aan elektriciteit kleven, dan is dat dat het te goedkoop is. Dat wil zeggen, te goedkoop ten opzichte van de kosten van flankerende diensten. Alleen al voor de meetdiensten bijvoorbeeld, betaalt een doorsnee huishouden pakweg 10% van de kosten van de commodity elektriciteit. Voor de administratie van levering betaalt een klant van Vandebron, zijnde een leverancier die niets verdient aan de commodity, EUR 120 EUR per jaar. Dat is bijna de helft van de marktwaarde van het jaarverbruik aan elektriciteit. Meerdere leveranciers betekent hogere administratieve kosten, kosten die welhaast onmogelijk zijn terug te verdienen met besparing op elektriciteit door af en toe een kWh in te kopen bij een leverancier die 0,5 ct/kWh goedkoper is.

Het kan heel wel zijn dat de verzuchting van oneerlijkheid voortvloeit uit angst van netbeheerders om te moeten investeren in kabels die overbodig zouden zijn als verbruikers zich anders gedroegen. Als dat zo is, doet zich de vraag voor waarom netbeheerders niet reeds lang geleden de mogelijkheden om transporttarieven eerlijker te maken hebben benut. Het doen van voorstellen om de tarievencode te wijzigen is immers een voorrecht van de gezamenlijke netbeheerders. De eerste regeling die netbeheerders zouden moeten schrappen is de bepaling dat de helft van de kosten van MS en LS netten via variabele tarieven moeten worden gedekt. Die bepalingen maken het voor deze aangeslotenen duur om elektriciteit af te nemen, zelfs op momenten dat die tegen de plinten klotst.

Extra wrang is dat LS transport overdag ruim dubbel zo duur is als ’s nachts. In lokale netten kunnen overschotten juist op zonnige dagen worden verwacht. Het lokale bedrijfsleven wordt dan echter nog steeds gestimuleerd overdag zuinig aan te doen en ’s nachts meer te consumeren. Natuurlijk kan worden gewacht tot het volledige systeem van transporttarieven wordt herzien. Een beter alternatief is echter om nu reeds te roeien met de riemen die de netbeheerders hebben.

© 2017 Energeia. Alle rechten voorbehouden.