Direct naar inhoud

Elektrificatie blijft achter bij groei aanbod wind en zon — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 20 februari 2023

Tot nu staat een extra windpark of zonne-installatie synoniem voor verduurzaming, maar dat raakt langzaam maar zeker achterhaald. Alles wijst er op dat hernieuwbare elektriciteitsproductie boven verwachtingen groeit. De uitdaging is om huizen, voertuigen en industrie voortvarend te elektrificeren. De vraag naar hernieuwbare elektriciteit dreigt namelijk achter te gaan lopen bij het aanbod aan zon en wind. Daar ligt de echte toekomstige bottleneck voor het klimaatbeleid.

Snelle uitrol hernieuwbare elektriciteit is een feit

Uiteraard moet er nog veel productie uit zon en wind bij om de Nederlandse elektriciteitsvraag te verduurzamen. Op dit moment is slechts een derde van de elektriciteitsproductie hernieuwbaar. Er moet dus nog heel veel gebeuren. En er gebeurt ook heel veel.

Wind op zee is de klapper qua volume en loopt als een trein. Een reeks internationale bedrijven probeert elkaar bij elke tender te verslaan met nog aantrekkelijkere biedingen. Voor het jaar 2030 is de ambitie sinds het Klimaatakkoord zelfs bijna verdubbeld: in 2031 zal jaarlijks boven de 90 TWh aan elektriciteit uit zeewind komen: driekwart van het huidige verbruik. Nog geen vier jaar terug, ten tijde van het Klimaatakkoord was de wind op zee ambitie voor 2030 ‘slechts’ 49 TWh.

Ook op land gaat de uitrol veel sneller dan de eerdere ambities uit het Klimaatakkoord. Die ambitie bedroeg 42 TWh voor het jaar 2030: 35 TWh grootschalige opwek uit wind en zon op land en nog eens 7 TWh met panelen op de daken van huishoudens. Dat laatste is nu ongeveer bereikt en ook de veel bediscussieerde productie met wind op land groeit voorspoedig, mede door steeds grotere en efficiëntere turbines. Volgens de Monitor wind op land zal er eind dit jaar 6,2 GW aan windturbines op land staan, goed voor een opwek van 18,5 TWh.

Voor zon geldt een vergelijkbaar verhaal: volgens het recente Trendrapport zon staat er op dit moment 18,8 GW aan opgesteld vermogen, goed voor 17 TWh per jaar. De pijplijn zit nog tjokvol. Huishoudens leggen massaler dan ooit panelen op hun daken en er zijn vele gigawatten aan projecten met een SDE-subsidiebeschikking én een positieve netindicatie. Een voortzetting van de jaarlijkse groei met ruim 3 TWh is dus bijna een gegeven. De ontwikkeling van zon en wind op land gaat dus zo voorspoedig dat de ambitie voor 2030 al rond 2024 gerealiseerd zal zijn. Figuur 1 laat de groei goed zien.

Sla ingesloten LocalFocus-inhoud over
Ingesloten LocalFocus-inhoud overgeslagen

Vraagontwikkeling: matige groei elektrificatie

De steeds snellere uitrol van zon en wind is fantastisch nieuws, zolang deze CO₂-vrije elektronen nuttig gebruikt worden. Tot nu toe is dat redelijk het geval en drukt een extra kWh schone energie meestal een kWh uit een kolen- of gascentrale uit de markt. Dat beeld begint echter te kantelen door het snel toenemende aanbod.

Succesvol klimaatbeleid leidt nagenoeg automatisch tot een forse groei in de vraag naar de (hernieuwbaar opgewekte) elektriciteit. Bijvoorbeeld door de inzet van elektrische boilers, warmtepompen, elektrolysers voor groene waterstof en door elektrisch vervoer. Buiten elektrificatie heeft Nederland immers niet veel schone alternatieven voor bijvoorbeeld warmte, zeker nu biomassa in de politieke ban gedaan is.

Die overstap naar elektriciteit gaat echter tergend langzaam. Al jaren hangt de vraag rond de 120 TWh per jaar. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) stijgt de vraag langzaam naar 125 TWh in 2025 en vervolgens naar circa 130 TWh in 2030. Tennet rekent in de laatste Monitor leveringszekerheid voor het meest optimistische scenario op maximaal 182 TWh vraag in 2030. Netbeheer Nederland schetst in een scenario ‘Klimaatambitie’ een groei naar 184 TWh. Het hoogste zijn de vraagcijfers voor 2030 in de studie vanuit het Uitvoeringsoverleg Klimaatakkoord. Deze studie toont wat nodig is voor de Klimaatdoelen van het kabinet en het Europese Fit for 55 pakket. De studie komt uit op 201 TWh aan elektriciteitsvraag, inclusief 9 TWh waterstofproductie direct in windmolens op zee. Dit hoge volume is dus niet zozeer een verwachting maar meer een streven.

Sla ingesloten LocalFocus-inhoud over
Ingesloten LocalFocus-inhoud overgeslagen

De schattingen van de elektriciteitsvraag over zeven jaar vliegen dus alle kanten op, zoals figuur 2 laat zien. Ze zitten wel allemaal ruim onder het verwachte aanbod aan duurzame elektriciteit. Dit kan ertoe leiden dat er op heel veel momenten in het jaar een flink overschot aan zon- en windstroom is, met prijzen rond de €0 of zelfs negatief. Het kan best zijn dat een deel van de overschotten omgezet wordt in extra waterstof en dat deze waterstof deels de inzet van aardgas in centrales kan vervangen. Maar dit lijkt voor 2030 nog niet heel waarschijnlijk.

Het meest waarschijnlijke is dat het enorme aanbod aan zon en wind er niet gaat komen. Wind op land en zon hebben nu nog enige zekerheid van een goede prijs. Dit geldt voor de vele consumenten met panelen die gebruik maken van de salderingsregeling en tot op zekere hoogte ook voor grootschalige zon- en wind op land projecten onder de SDE++-regeling. Vrijdag werd bekend dat er ook dit jaar veel geld –€8 mrd– beschikbaar is om nieuwe projecten een zekere prijs te geven.

Die prijszekerheid voor producenten vervalt voor nieuwe projecten op land na 2025, zoals die ook al niet meer geldt voor wind op zee. Bovendien zullen in de loop van komende jaren oudere projecten subsidievrij worden door het aflopen van de subsidietermijn. Bij te lage marktprijzen zullen deze projecten mogelijk sluiten, zeker als er forse (onderhouds-)investeringen nodig zijn. De kans is dus groot dat investeerders steeds meer kopschuw worden voor elektriciteitsproductie projecten. Of het nu gaat om zon of wind of straks om kernenergie.

Afsluitend

Alex Kaat. (Foto: AK)

Ondanks serieuze uitdagingen rond draagvlak, netcongestie en recent ook stikstof, gaat de groei aan hernieuwbare elektriciteitsproductie razendsnel. De echte bottleneck in de energietransitie is de trage overschakeling naar elektriciteit als alternatief voor fossiele dragers. Politici en organisaties die zich terecht zorgen maken over de veel te langzaam dalende CO₂-uitstoot doen er dus goed aan te sturen op meer elektrisch vervoer, meer warmtepompen, meer gebruik van groene waterstof. Daar ligt de echte uitdaging, niet bij een extra zonne- of windpark.

Bronnen van de twee figuren

* Cijfers hernieuwbaar gebaseerd op: Netbeheer Nederland, 16 februari 2023: Scenario’s Investeringsplannen 2024. Cijfers in GW zijn vertaald naar TWh: voor wind op land oplopend van 3.000 tot 3.500 vollasturen; voor wind op zee van 4.500 naar 4.700 vollasturen en voor zon op gelijkblijvend 900 vollasturen. Cijfers fossiel en biomassa uit PBL-KEV 2022.

** Aanbod: zie figuur 1. Vraag: PBL, okt 2022: Klimaat- En Energieverkenning 2022 (vastgesteld en voorgenomen beleid); Netbeheer Nederland, feb 2023: Scenario’s Investeringsplannen 2024; scenario Klimaatambitie; Uitvoeringsoverleg Klimaatakkoord, mei 2022: Alles uit de kast.