Direct naar inhoud

Hoe Duitsland en Nederland hun energiemarkten verknopen — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 30 december 2014
De inhoud van dit artikel is gemigreerd. Lijkt er iets mis te gaan, of onderdelen te missen? Neem dan contact met ons op.

De Duitse en Nederlandse energiemarkten raken steeds meer met elkaar verknoopt – ook op politiek niveau. Toch roept de Energiewende in Nederland vragen op over de concurrentiepositie van de Nederlandse industrie. De oplossing is: nóg meer marktintegratie, zeggen politici. Ondertussen lonkt Duitsland naar de ‘power-to-gas’-technologie van Hollandse bodem.

Tennet_ANP.jpg
Bouwwerkzaamheden bij de aanleg van een nieuw schakel- en transformatorstation | ANP

De Duitse energiepolitiek is de laatste tijd opvallend dynamisch. Begin deze maand is de nieuwe ‘Wet op Duurzame Energie’ van kracht geworden, die de stijgende kosten van de Energiewende binnen de perken dient te houden. Duitsland is zijn energiekoers aan het bijstellen en daarbij hoort ook nauwere energiesamenwerking met zijn buurlanden. Op de Noord-West Europese energiemarkt zijn ontwikkelingen in Duitsland dan ook van bijzonder belang voor Nederland. Maar ook Nederland speelt op zijn beurt een belangrijke rol voor Duitsland.

Basis voor meer samenwerking

In een kamerbrief van mei vorig jaar laat minister Kamp van Economische Zaken weten afspraken gemaakt te hebben over verdergaande energiesamenwerking met Duitsland. ‘Ik maak mij dan ook sterk voor het verstevigen van de bilaterale samenwerking met Duitsland.’ Op 25 juli bekrachtigt de minister deze intentie door samen met zijn Duitse collega Sigmar Gabriel, van het Duitse Ministerie voor Economische Zaken en Energie, een politieke verklaring omtrent energiesamenwerking te ondertekenen. ‘Doel van de verklaring is een nauwere samenwerking op het gebied van de energiepolitiek’, vertelt Beate Braams, woordvoerster energiebeleid bij het Duitse Ministerie voor Economische Zaken en Energie.

Meer marktintegratie

In de bovengenoemde kamerbrief zet minister Kamp echter ook kanttekeningen bij de Energiewende. Zo  maakt hij zich zorgen over het toenemende verschil in groothandelsprijzen voor stroom tussen Nederland en Duitsland. Het prijsverschil ontstaat omdat op de stroombeurzen de Duitse subsidiekosten namelijk niet worden doorberekend. En, door het grote aanbod aan duurzame stroom, ligt de prijs op de beurzen lager dan in Nederland. ‘Dit kan de concurrentiepositie van de Nederlandse industrie ten opzichte van die van Duitsland namelijk schaden’, aldus Kamp in de kamerbrief.

In de politieke verklaring van afgelopen juli wordt de noodzaak voor meer marktintegratie, in de eerste plaats van de stroommarkten, erkend. Door de Duitse en Nederlandse stroommarkten beter met elkaar te verbinden is het de bedoeling dat er meer prijsconvergentie ontstaat. Het is vooral aan de beheerder van het Nederlandse hoogspanningsnet, Tennet, om daar voor te zorgen.

Op het moment bouwt Tennet aan de grens bij Doetinchem aan een nieuwe interconnector met een capaciteit van 1500 MW, die in 2017 klaar moet zijn. Dit is een significante toename van de grensoverschrijdende capaciteit met Duitsland. Zo is volgens data van Tennet de verwachte beschikbare grensoverschrijdende transportcapaciteit met Duitsland voor dit jaar 2449 MW. Verder overweegt Tennet om met de Duitse netbeheerder Amprion op andere grenslocaties de capaciteit van bestaande interconnectoren verder uit te breiden. De verwachting is dat dit tot verdere prijsconvergentie zal leiden, aldus Tennet.

Duitse zorgen over leveringszekerheid

Een ander belangrijk speerpunt in de gezamenlijke verklaring is de leveringszekerheid. In tegenstelling tot Nederland, maakt Duitsland zich wel zorgen over de leveringszekerheid op de middellange termijn. Met het stijgende aandeel energie uit zon en wind heeft Duitsland reservecapaciteit nodig voor momenten dat de weersomstandigheden ongunstig zijn. Onze oosterburen vrezen dat de markt niet voldoende zal investeren in reservecapaciteit, omdat een business case met weinig draaiuren voor investeerders niet interessant is. ‘Op de lange termijn gaat het er om gezamenlijke stappen te nemen om de leveringszekerheid te garanderen’, licht Beate Braams toe.

Om de leveringszekerheid te garanderen overweegt Duitsland daarom de invoering van zogenaamde capaciteitsmechanismen. Hierbij zouden elektriciteitscentrales een basisvergoeding ontvangen voor het in stand houden van capaciteit – muziek in de oren van grote energiemaatschappijen. In de kamerbrief geeft de minister aan hier zijn bedenkingen over te hebben. ‘Ik sta kritisch tegenover nationale maatregelen op dit gebied. In de sterk geïntegreerde Europese energiemarkt hebben dit soort nationale maatregelen onvermijdelijk grensoverschrijdende effecten. Zij kunnen daarmee de interne markt ondermijnen.’ De minister ziet veel liever een oplossing op Europees niveau, waarbij Nederlandse centrales mogelijk zouden kunnen voorzien in de capaciteitsvraag.

Desalniettemin is er in de verklaring ook sprake van capaciteitsmechanismen. Volgens Gerrit van Werven, General Director bij de stichting Energy Valley, die als doel heeft om de energiesector in Noord-Nederland uit te bouwen en partijen op het gebied van schone en innovatieve energie te verbinden, is er in Duitsland inmiddels een discussie gaande dat het niet per se Duitse installaties hoeven te zijn. ‘Hier in Eemshaven staan een paar heel grote centrales, die prima een rol zouden kunnen spelen voor die Duitse markt.’ Beate Braams van het Duitse ministerie meent dat het voor de hand ligt dat Nederland er nauwer bij betrokken wordt. ‘Moderne energiecentrales in Nederland leveren tegenwoordig al stroom aan Duitsland, als de zon hier niet zo hard schijnt of de wind niet zo hard waait.’

‘Power-to-gas’

In de politieke verklaring geven beide partijen aan verder te willen samenwerken op het gebied van aardgas. Dit gebeurt natuurlijk in de eerste plaats al door de export van Nederlands aardgas naar Duitsland, Nederlands grootste exportmarkt. Na Noorwegen en Rusland, is Nederland de grootste gasleverancier aan Duitsland en voorziet bijna in een kwart van de Duitse vraag naar aardgas. In 2012 bedroeg dit ongeveer 20 mld kubieke meter, wat bijna gelijk staat aan de helft van het jaarlijkse verbruik in Nederland. De export zal echter allengs minder worden door de slinkende productie in het het Groninger veld.

Maar Nederland heeft als ‘gasland’ een sterke kennispositie tegenover gas en kan op het gebied van innovatie, een ander speerpunt van de verklaring, voor Duitsland het nodige betekenen. Specifiek gaat het hier om ‘power-to-gas’, waarbij uit elektriciteit waterstof wordt geproduceerd. Na toevoeging van koolstofdioxide ontstaat aardgas. ‘Dit kan je gewoon injecteren in het gasnet van Gasunie. En daarmee sla je feitelijk elektriciteit op’, legt Gerrit van Werven uit en voegt daaraan toe: ‘Als wij al die duurzame energie in het systeem willen krijgen, dan moet het systeem stabiel zijn en daarvoor is opslag cruciaal.’ De eerste grootschalige ‘power-to-gas’-fabriek ter wereld moet binnen twee jaar klaar zijn in Delfzijl.

Energy Valley werkt op dit gebied nauw samen met het Duitse Energie-Forschungszentrum  (EFZN) in het aangrenzende Nedersaksen. Onder het EFZN scharen zich de kennisinstituten in Noord-Duitsland. In het bijzijn van de Duitse en Nederlandse ministers, ondertekenden de Energy Valley en EFZN een intentieverklaring voor meer samenwerking. Van Werven: ‘De Duitsers zijn heel erg geïnteresseerd in ‘power-to-gas’. Daar loopt Nederland voorop. Gabriel zei zelfs tijdens de bijeenkomst te verwachten dat een heel belangrijk deel van de Duitse duurzame elektriciteit straks op een of andere manier met ‘power-to-gas’ zal worden opgeslagen. Voor hun is deze ontwikkeling heel strategisch.’ Manuel Juhrs, woordvoerder bij EFZN, bevestigt de Duitse belangstelling voor de technologie. ‘Nederland is verder bij de ontwikkeling van ‘power-to-gas’ en Duitsland is erg geïnteresseerd in de toepassing van deze technologie in het kader van de Energiewende.’

Europese dimensie

Nauwere samenwerking tussen Nederland en Duitsland moet vooral ook in een Europese context gezien worden. Bij het speerpunt Marktintegratie wordt in de verklaring belang gehecht aan samenwerking met andere buurlanden. In de eerste plaats wordt het Pentalateraal Energie Forum (PLEF) als het geschikte platform hiervoor genoemd. PLEF werd in 2005 opgericht met als doel om het hoogspanningsnet tussen de deelnemende landen beter te beheersen door het wegnemen van juridische barrières. Behalve Nederland en Duitsland, maken ook Frankrijk, België en Luxemburg deel uit van PLEF. Daarbij zijn de belangrijkste drijfveren van PLEF meer marktintegratie en voorzieningszekerheid.

Verder zullen Nederland en Duitsland regelmatig overleg plegen over het halen van het bindende percentage van 20% duurzame energie in 2020, zoals vastgelegd door de EU. Daarnaast zal ook gekeken worden hoe efficiënter energieverbruik bij kan dragen aan het 2030 Climate and Energy Framework. Uiterlijk in oktober wil de Europese Raad een beslissing nemen over de nieuwe bindende doelen voor duurzame energie en de reductie van broeikasgassen in 2030.

Maar er is volgens Gerrit van Werven ook nog een ander gemeenschappelijk belang voor samenwerking binnen een EU-context en dat heeft te maken met financiering voor innovatie vanuit Brussel, zoals het ‘Horizon 2020’ programma, dat bijna €80 mld ter beschikking heeft voor de periode 2014-2020. ‘Voor de grote innovatieprogramma’s zit in Brussel meer geld dan op nationaal niveau. Door samenwerking worden die fondsen bereikbaar.’

Dit artikel verscheen eerder op 19 augustus.