Direct naar inhoud

Keuze laag energiegebruik in rapport Energiesysteem 2050 mist onderbouwing — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 17 april 2023

Het rapport van het ‘Expertteam Energiesysteem 2050’ beschrijft in grove pennenstreken een klimaatneutrale energievoorziening, gebaseerd op ruim tweemaal zoveel elektriciteit dan momenteel wordt verbruikt, op te wekken hoofdzakelijk met zon en wind. Dat extra volume zal nauwelijks een uitdaging zijn. Tussen de regels door is de visie ook gebaseerd op bijna een halvering (40% daling) van het Nederlandse totale energiegebruik. Dat element is in feite de meest uitdagende en ingrijpende opgave uit het advies, maar blijft hangen in onuitgewerkt wensdenken.

Verdubbeling duurzame elektriciteit is niet de uitdaging

De vraag naar elektriciteit zal volgens het rapport ‘Outlook Energiesysteem 2050’ richting 2050 ruim verdubbelen. Op dit moment is deze vraag ongeveer 110 TWh per jaar, dus dat wordt volgens het expertteam 220 TWh per jaar of meer. De ruime verdubbeling van de elektriciteitsvraag is eigenlijk niet heel erg spectaculair. Zoals recent in Trilemma getoond, wordt reeds vóór 2030 in vele scenario’s uitgegaan van een forse groei in het elektriciteitsverbruik richting zowat een verdubbeling.

Met extra opwek uit zonne-energie en met name wind op zee, kan dit groeitempo prima worden bijgehouden. Een verdubbeling of wellicht verdrievoudiging van de vraag richting 2050 stelt in dat licht eigenlijk niet zoveel voor en kan prima ingevuld worden met extra opwek uit zon en wind met eventueel centrales op bijvoorbeeld waterstof. Van kernenergie hoeven we volgens het rapport niet veel te verwachten; een logische conclusie zoals eerder in Trilemma betoogd.

Gaat de energievraag wel dalen?

Terwijl de elektriciteitsvraag dus (ruim) zal verdubbelen, zal het totale energieverbruik volgens het rapport richting 2050 juist enorm moeten dalen. De omvang van deze gewenste vraagdaling valt af te leiden uit de stellingen in het rapport: de elektriciteitsvraag in 2050 is volgens het rapport verdubbeld én maakt 70% van de totale energievraag uit. De totale energievraag is dan dus grofweg 220 gedeeld door 70% is 314 TWh per jaar, oftewel 1.130 PJ aan (finale) energievraag. Dat is een volume dat eigenlijk prima binnen Nederland met voornamelijk zon en wind valt op te wekken. De extra kavels wind op zee boven de planning uit het Klimaatakkoord en de snellere groei van zon en wind op land maken zorgen dat al over tien jaar de door het expertteam voor 2050 geschetste volumes aan opwek uit zon en wind in bereik zijn.

Op dit moment ligt de Nederlandse energievraag rond de 1.800 PJ (PBL-KEV 2022). Hiervan zou dus de komende kwart eeuw circa 40% verdwijnen. Dat zou een forse daling zijn. De finale vraag naar energie is in de eerste twintig jaar van dit millennium slechts met 10% gedaald; van rond de 2.000 PJ per jaar naar rond de 1.800 PJ per jaar; na een stagnatie in de eerste tien jaar naar een stevige vermindering in de energievraag in het laatste decennium. Volgens de prognoses van PBL daalt deze vraag de komende decennia in een wat afnemend tempo naar een niveau van rond de 1.650 PJ in 2040. Dat is de daling die mede voortkomt uit de vervanging van brandstofmotoren door de veel efficiëntere elektrische aandrijving, beter geïsoleerde woningen en verandering van industriële processen.

Sla ingesloten LocalFocus-inhoud over
Ingesloten LocalFocus-inhoud overgeslagen

Een verdere vermindering van de energievraag dan PBL prognosticeert is de echte uitdaging. Zeker gezien het feit dat in de periode tot 2050 er in Nederland naar verwachting twee miljoen inwoners bijkomen (CBS) en er anderhalf miljoen nieuwe woningen gebouwd moeten worden (CBS). Dat betekent veel nieuwe huizen die verwarmd moeten worden, veel extra auto’s die moeten tanken of laden en eveneens veel extra producten die geproduceerd en getransporteerd gaan worden. Daarbij komt dat een toekomstig CO2-vrij energiesysteem niet automatisch energie-efficiënter zal zijn.

Voorbeelden hiervan zijn het forse energiegebruik voor koolstof afvang en opslag (CCS) of energieverlies bij de productie van waterstof uit elektriciteit. Tenslotte zijn er ook ontwikkelingen in de samenleving die mogelijk tot juist een grotere energievraag leiden, in plaats van een ontkoppeling van economische groei en energie-inzet. Zie daarvoor het betoog van Maarten Boudry en Simon Friederich afgelopen zaterdag in NRC . Het gaat dan bijvoorbeeld om de noodzaak tot de ontzilting van water of de toepassing van ruimte-efficiënte landbouw. Uiteraard is deze trend onzeker.

Kortom, de stevige extra daling van de energievraag die het expertteam voorstelt, vereist ook een gedragsverandering naar minder. Minder autorijden, minder hoge temperaturen in huizen en vooral minder energie-intensieve bedrijfstakken. Juist gedragsverandering is extreem lastig en waar afgedwongen, politiek zeer beladen.

Te makkelijk over uitdaging energievraag heengestapt

Het rapport van het expertteam stelt: “De transitie wordt gemakkelijker als de totale energievraag wordt beperkt”. Dat is natuurlijk een waarheid als een koe. Met minder energiegebruik hoeft er minder verduurzaamd te worden. Het rapport staat bol van de noodzaak voor minder vee, minder auto’s, minder energieverbruik om gebouwen te verwarmen, minder kunstmest in de landbouw. De vraag ‘hoe’ we dat voor elkaar gaan krijgen blijft echter onderbelicht.

Voor de veestapel en verkeer komt het rapport niet veel verder dan de stelling dát vermindering nodig is. Bij de industrie worden er vooral verwachtingen geschetst over minder vraag naar producten uit de Nederlandse raffinaderijen en minder vraag naar de in Nederland geproduceerde kunstmest. Dit soort ontwikkelingen zitten echter al in het basisplan van PBL.

Voor de gebouwde omgeving wordt gesteld: “Verlaag de energievraag via normering en verplichting”. Het rapport benoemt vervolgens een wenselijke vermindering van de energievraag van 60% tot 70%. Dit soort reducties in het energieverbruik klinken natuurlijk prachtig, maar zijn enkel haalbaar met beleid dat mensen echt dwingt om de eigen woning flink te verbouwen. Met enkel een beetje vloerisolatie en een hybride warmtepomp komen dat soort reducties niet binnen bereik. De hele woning moet op de schop, naar systemen met lage temperatuur verwarming en vaak collectieve warmte in de wijk.

Daar wringt politiek-maatschappelijk precies de schoen, want die ingrepen zijn de reden waarom de verduurzaming van de gebouwde omgeving zo traag gaat. En de schoen gaat nog meer wringen bij een eventuele vermindering van het aantal auto’s of verkleining van de veestapel. En bij de beladen vraag of de huidige energie-intensieve industrie nog wel past in ons land nu de gaskraan in Groningen dicht is gegaan en een CO2-vrije energievoorziening de toekomst is.

Alex Kaat. (Foto: AK)

Twijfelachtige verhouding vraagvermindering en verduurzaming

Het rapport was sterker geweest als er meer was ingegaan op de vraag waar en hoe de frequent genoemde forse vermindering van de energievraag plaats moet vinden. Waar het expertteam dat antwoord ook niet kan geven, is de oplossing wellicht toch een systeem met een groter energieverbuik gebaseerd veel meer duurzame energieproductie. Een veel hogere energieproductie uit met name zon en wind is in Nederland en de op de Noordzee technisch mogelijk en maatschappelijk waarschijnlijk beter haalbaar dan tot 2050 het energieverbruik fors te verminderen.

Een grotere productie uit zon en wind heeft wel consequenties voor landinrichting en netinfrastructuur. Beduidend meer dan het rapport nu schetst. En dat is precies de reden waarom dit rapport wellicht toch te kort schiet bij de beschrijving van het energiesysteem van 2050.