Direct naar inhoud

Klimaatfonds: risico op subsidie voor een duur, inefficiënt en lui systeem — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 29 november 2021

Alles wijst erop dat het komende kabinet vele miljarden in een klimaatfonds zal stoppen, zoals NRC onlangs berichtte. In eerste instantie klinkt dit als een goede stap in het licht van de urgente klimaatproblematiek. Er zijn echter tal van risico’s aan verbonden. Zo kan het zijn dat energieverbruik kunstmatig goedkoop gehouden wordt, dat prestigeprojecten tegen alle marktlogica miljarden ontvangen en dat starre pervers werkende regels ongemoeid blijven en afgekocht worden.

Alex Kaat. (Foto: zelf aangeleverd)

Tot nu toe worden alle kosten van energie in hoge mate aan de gebruikers ervan toegerekend. Bedrijven en consumenten betalen de kosten van opwek en levering van warmte, gas en elektriciteit en via de nettarieven de kosten van de energie-infrastructuur. De Opslag Duurzame Energie financiert de verduurzaming en het ETS maar ook de Energie Belasting en brandstofaccijnzen, kunnen gezien worden als een betaling voor wat anders onbeprijsd de schoorsteen uit zou gaan.

Uiteraard valt er op dit systeem van beprijzing van alles af te dingen. Vervuiling krijgt nog een veel te lage prijs (de kosten van CO₂-reducerende maatregelen zijn bijna altijd hoger dan de CO₂-prijs, als ere überhaupt al voor de uitstoot betaald wordt). Er gelden twijfelachtige keuzes om de ene groep (zware industrie) ten koste van de anderen een lagere rekening te geven. Nettarieven dekken in algemeenheid de netkosten maar belonen of beprijzen niet de kosten van specifiek gedrag qua invoeding of afname. De sector houdt echter wel behoorlijk de eigen broek op. Dat is ook logisch; energie is een essentieel product maar dat zijn brood en aardappelen ook. Het is geen product als onderwijs of cultuur waarbij het wenselijk is dat er juist veel van gebruikt wordt. Bij een normaal product ligt het voor de hand dat een afnemer minimaal betaalt wat het echt kost.

Kunstmatig goedkoop wat eigenlijk duur is

Miljarden die uit de publieke middelen in de energiesector worden gepompt, leiden er bijna onontkoombaar toe dat de echte rekening van het systeem niet meer overeenkomstig bij de gebruiker terecht komen. Simpel gezegd, wie veel energie verbruikt of de dure infrastructuur zwaar belast krijgt hiervoor niet meer de volle rekening. Die gaat immers naar de rest van de samenleving. Door het doorschuiven van de rekening ontbreekt ook de juiste prikkel voor een efficiënter en spaarzamer energie- of netgebruik.

Dit leidt bijna onontkoombaar tot excessen. Ook nu al, want het systeem zit vol met onbetaalde rekeningen. Een voorbeeld is het feit dat nu datacentra als paddenstoelen uit de grond schieten. Iedereen klaagt steen en been over deze lelijke dozen in het landschap, over energiegeslurp en over de extra belasting van het toch al oververhitte elektriciteitsnet. Bij normale prijzen voor net en energie zouden deze nieuwe ‘klanten’ juist welkom zijn, maar daar wringt de schoen. Datacentra komen hier mede doordat grootverbruikers nauwelijks voor de dure infrastructuur hoeven te betalen en nauwelijks worden aangeslagen voor de kosten van de energietransitie (zie eerder in Trilemma). Een café waar het bier gesubsidieerd wordt loopt ook goed, met uiteraard lastige klanten die te veel drinken zonder bij te dragen aan het loon van de barman. Dat is precies wat een klimaatfonds onbedoeld teweeg kan brengen.

Risico prestigeprojecten

Een grote subsidiepot leidt al snel tot een lobbycircus en houdt het risico in om tot politieke prestigeprojecten te komen. Nederland staat er vol mee. Projecten bepleit door bedrijven, gemeenten en provincies die zelf nauwelijks meebetaalden. Zo is er de Betuweroute waar af en toe een trein overheen dendert die nauwelijks iets betaalt, het fiasco van de JSF en de hakkelende HSL-Zuid.

De voorbeelden in de energiesector doemen al op. Waterstofinfrastructuur, CO₂-pijpleidingen, extra elektriciteitsnetten; het is allemaal nodig. Echter bij investeren zonder de risico’s bij de investeerder te leggen, doemt het gevaar van de Betuweroute op: een veel te groots of verkeerd opgezette infrastructuur waarbij goedkopere alternatieven genegeerd worden. Eentje die heel anders en doelgerichter was aangelegd indien de gebruikers ervan deze vroeg of laat hadden moeten terugbetalen.

Minder aandacht voor zwakke regelgeving

Het risico van veel middelen voor de energiesector is ook dat lastige systeemaanpassingen worden uitgesteld en vervangen door de ‘makkelijke’ oplossing van geld. Dit is een probleem dat nu op meer terreinen speelt, zoals ook bij de stikstofproblematiek waar ‘dweilen met de kraan open’ aantrekkelijker is dan echt de veestapel inkrimpen.

Netbeheerders klagen over de steeds grotere productie uit zonnepanelen waar het net niet op uitgelegd is; zowel op het niveau van grote installaties als huizen met panelen op het eigen dak. Deze problemen zijn geen technisch gegeven, ze zijn het gevolg van perverse prikkels die onbedoeld uit de regelgeving komen. Bij huishoudens met panelen ligt het bijvoorbeeld voor de hand om de nettarieven meer te differentiëren en te verhogen voor de momenten met extreme pieken in de teruglevering. Dan kiest ieder voor zijn optimale oplossing: thuisopslag, of juist de auto automatisch opladen als de zon schijnt, of gewoon het terugleveren tijdelijk uitschakelen.

Uiteraard is dit complex en leidt het tot discussies. In plaats daarvan wordt er te makkelijk door netbeheerders gepleit voor een subsidieregeling voor thuisopslag. Het leidt ertoe dat mensen die nu al dankzij een eigen huis met eigen dak genieten van een ruime salderingsregeling, ook nog eens de meerkosten van een batterij vergoed gaan krijgen. Dat worden dure elektronen. Het is een prijs die niet gevoeld wordt, noch op gereageerd wordt: subsidie om een niet goed werkend lek systeem met miljoenen dicht te kitten.

Met de ontwikkeling van kernenergie dreigt een vergelijkbaar probleem. Diverse voorstanders betogen dat kernenergie een goedkope energievorm is vergeleken met zon en wind, zeker als rekening wordt gehouden met lagere netkosten en het kunnen bijspringen op momenten met windstilte, weinig zon en dus hoge elektriciteitsprijzen. Al deze kostenvoordelen zouden ruimschoots compenseren voor de kosten voor de centrale, van eeuwige opslag van afval, verzekering van de risico’s en van ontmanteling. Toch wijst alles erop dat deze ‘goedkope’ techniek miljarden staatsteun gaat krijgen voor elektriciteitsproductie, terwijl deze voor zon en wind juist afloopt. Hiermee wordt mogelijk een techniekneutrale aanpak van de klimaatproblematiek beëindigd, met het risico dat niet de meest kosteneffectieve techniek tot ontwikkeling komt, maar de techniek die de meeste steun in het parlement heeft.

Het argument dat hiertegen standaard wordt ingebracht, is dat zon en wind het elektriciteitsnet meer belasten, zonder daarvoor de rekening te betalen. Of dit meer voor zon en wind geldt dan voor centrales, is voer voor discussie. Een decentraal systeem met productie nabij de vraag vergt immers niet de hoogspanningsinfrastructuur die centrales vereisen. Tegelijkertijd geeft een slecht gesitueerd zonnepark ver van de vraag wel weer onevenredig hoge netkosten per geproduceerde kWh. Het probleem vraagt in ieder geval om een aanpassing van de nettarieven naar wellicht deels een producententarief. Helaas is de kans klein dat een komend kabinet deze stap zet en vervolgens de techniekkeuze aan de markt laat. Het vermeende ontbreken van een eerlijk speelveld blijft enkel een oneliner om miljarden aan subsidies voor kernenergie te rechtvaardigen.

Subsidie: enkel ten opzichte van fossiel alternatief

Zijn subsidies dan altijd verkeerd? Nee, zeker niet. De energietransitie betekent per definitie dat een nieuw aan te leggen schoner systeem moet concurreren met een al bestaand vervuilend systeem. Om dit ongelijke speelveld te corrigeren, is allereerst een ‘vervuiler betaalt’-belasting op zijn plaats. Waar dat nog niet lukt zijn tijdelijk subsidies gewenst. Zo werkt de SDE++ die in deze overgangsfase emissievrije energie van de grond tilt. En zo werkt de ISDE die huishoudens helpt te verduurzamen en af te stappen van het goedkopere aardgas verwarmde huis.

Wat voor subsidie in aanmerking mag komen, is breed. Het zou een kerncentrale kunnen zijn, maar ook opslag om CO₂-emissies te reduceren, door elektriciteit op momenten met een overschot te verplaatsen naar momenten dat anders een aardgascentrale zou draaien. Zolang het maar aantoonbaar CO₂ reduceert en tegen lagere kosten dan een andere techniek.

Regels voor een nieuw klimaatfonds

Als een nieuw kabinet besluit voor een klimaatfonds, dan zouden de volgende spelregels moeten gelden.

1) Beperk subsidies tot oplossingen die meetbaar de broeikasgasemissies verminderen.

2) Steun alleen projecten die bijdragen aan een volledig emissievrije samenleving. Voorkom kortetermijn-tonnenjacht voor 2030.

3) Laat oplossingen op basis van kosten per ton CO₂ concurreren met elkaar. Houd hierbij rekening dat sommige ingrepen langdurig emissies verminderen, zoals het beëindigen van een deel van de veehouderij, en andere meer tijdelijk van aard zijn.

4) Zorg voor een gelijk speelveld tussen oplossingen, dus dat iedere oplossing of techniek zoveel mogelijk alle kosten betaalt, zoals ook infrastructuurkosten, kosten balancering vraag en aanbod en kosten voor andere omgevingseffecten naast broeikasgasemissies.

5) Zorg dat ‘goed gedrag’ zich beter vertaalt tot lagere kosten voor de gebruiker, zoals lagere nettarieven.

6) Ontwerp iedere vorm van subsidie of andere staatssteun als tijdelijk. Een oplossing die tot in de lengte van dagen steun nodig heeft, zou niet moeten kwalificeren.

7) Het oplossen van netcongestie hoort niet in een klimaatfonds. Dit is een taak van netbeheerders die eigen inkomsten hebben uit nettarieven. Deze kunnen ze indien nodig aanpassen en beter sturend maken. Ook kunnen ze tenders voor marktoplossingen uitzetten. Een geldstroom van buiten dit systeem verstoort dit alles.

8) Hetzelfde geldt voor het oplossen van de onbalans tussen vraag en aanbod aan elektriciteit. Dit is de markt en er zijn genoeg marktoplossingen. Waar die markt niet werkt, zijn er blijkbaar marktverstorende elementen moeten die worden aangepakt.

9) Houd rekening met de inkomenseffecten voor burgers en bedrijven van al het bovenstaande en mitigeer ongewenste effecten via inkomenspolitiek, niet via de prijzen van energie, CO₂ of netbeheer.