Direct naar inhoud

Tsjechen en Duitsers bevechten uitbreiding Poolse bruinkolenmijn — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in genre: Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 29 april 2020

Tsjechië en Duitsland vrezen voor hun watervoorziening en bosbouw en en Tsjechië wendt zich met een petitie tot het Europees Parlement. Polen, de op een na grootste bruinkolenproducent, zegt geen boodschap te hebben aan de milieubezwaren.

Kraftwerk Hirschfelde. (Foto: Hollandse Hoogte)

In het kort

Een nieuwe Poolse kolencentrale ligt pal naast Tsjechië en Polen.

De Polen willen de centrale openhouden tot 2044 en de nabijgelegen Turów-mijn uitbreiden.

Omdat de mijn ver onder zeeniveau ligt, vloeit grondwater weg uit Tsjechië.

Duitsland vreest voor aantasting van de bossen en de bosbouw.

Polen is niet onder de indruk van de argumenten.

Mijn en centrale bieden werkgelegenheid.

Vanuit de heuvels bij het Duitse dorp Hirschfelde lijkt het bijna alsof je erin kan springen. De nieuwe Poolse kolencentrale aan de overkant van de rivier de Neisse ligt hemelsbreed op slechts een paar honderd meter afstand. Dikke pluimen met rook stijgen op uit de centrale die momenteel aan het proefdraaien is. Gestookt wordt er met bruinkool uit de naastgelegen Turów-mijn, een van de grootste van Europa.

Het is een omstreden mijn in een omstreden stukje Polen. Ingeklemd tussen Tsjechië in het zuiden en oosten en Duitsland in het westen vormt het gebiedje een soort schiereiland dat feitelijk alleen maar bestaat uit een gigantisch gat van ongeveer 80 meter diep en 26 kilometer in omtrek, waaruit al meer dan honderd jaar bruinkolen worden geschept.

De vergunning voor de mijn zou eigenlijk op 30 april aflopen, maar de Polen hebben daar eind maart nog eens zes jaar aan vastgeplakt. En als het aan energiebedrijf PGE ligt, komen daar later nog achttien jaar bij tot 2044.

Zeker nu het coronavirus diepe sporen trekt in de economie, zegt de regering in Warschau andere zorgen te hebben dan het Europese Klimaatakkoord. Dit tot groot ongenoegen van bestuurders in de buurgemeenten in Tsjechië en Duitsland.

“Het is Russisch roulette spelen met onze watervoorziening”, zegt een pissige Martin Puta, de president van de nabijgelegen regio rondom Liberec, de vijfde stad van Tsjechië. “De plek waar nu gegraven wordt, is bijna leeg. De eigenaar PGE wil de mijn daarom uitbreiden tot een paar honderd meter van de Tsjechische grens. In het ergste geval komen daardoor 30.000 mensen zonder water te zitten.”

Ver onder zeeniveau

Het probleem van de Turów-mijn is dat deze ver onder zeeniveau ligt. Door die diepte, en omdat Tsjechië juist iets hoger ligt, vloeit al het water weg. Puta: “Mensen in de omgeving klagen al jaren over een laag grondwaterpeil, met de uitbreiding van de mijn wordt dat probleem volgens onze ingenieurs alleen maar groter. Daarnaast zijn er nog de extra geluidsoverlast en milieuvervuiling. Wij proberen de mijn daarom te verhinderen bij het Europees Parlement.”

De Tsjechen hebben daartoe een petitie opgesteld, die is ondertekend door zeker dertienduizend mensen. Die zou eigenlijk in maart worden behandeld door het Europees Parlement. Maar helaas voor de Tsjechen kwam daar het coronavirus tussen. Wanneer de petitie nu behandeld wordt, is volgens een woordvoerder van het EP nog onbekend.

De Europese Commissie onderzoekt ook of de Turów-mijn en de door de Polen gegeven informatie wel voldoen aan de Europese milieuregels, zo laat een woordvoerder weten. ‘De Commissie stelt de Poolse regering vragen en wil meer informatie. Wij zullen er alles aan doen om ervoor te zorgen dat aan EU-wetgeving wordt voldaan.’

Oude industrieën gaan niet zomaar verloren

Ook bij de Duitse buren in de deelstaat Saksen is er veel kritiek. Toch probeert burgemeester Thomas Zenker van de gemeente Zittau -waarin ook Hirschfelde ligt- iets milder te zijn. Ook hij hoopt dat de mijn zo snel mogelijk sluit, “maar wij weten tegelijkertijd uit onze eigen ervaring ook hoe moeilijk het is om oude industrieën te verliezen, en aan Poolse zijde hebben ze niks anders dan kolen. Er moet dus een economisch perspectief worden geboden, liefst voor de hele regio, inclusief het Tsjechische Liberec, anders schiet de werkloosheid rond dit drielandenpunt omhoog.”

Bogatynia heette vroeger Reichenau

Dat Bogatynia Pools grondgebied is, is te danken aan de Russische dictator Josef Stalin. Voor de Tweede Wereldoorlog heette Bogatynia nog Reichenau en was onderdeel van de Duitse deelstaat Saksen. Stalin vond het echter niet zo’n goed idee als de bruinkoolrijkdommen in handen van de DDR kwamen.

Hij besloot daarom de hele bevolking van Reichenau op een dag in juni 1945 het land uit te zetten, de naam te veranderen in Bogatynia en het gebied onderdeel van Polen te maken. De nieuwe bevolking werd uit Siberië en Oekraïne gehaald.

Het gevolg is een raar soort stukje Pools grondgebied van 10 kilometer breed en 25 kilometer lang, ingeklemd tussen de Tsjechische bergen in het oosten en zuiden en Duitsland in het westen. Alleen aan de noordzijde is het verbonden met de rest van Polen.

Het waterprobleem speelt aan Duitse zijde volgens Zenker minder, omdat er tussen de Turów-mijn en Duitsland een rivier loopt. Waar hij zich meer zorgen over maakt, zijn de uitgestrekte bossen in dit deel van Duitsland. “Wij leven hier voor een belangrijk deel van de bosbouw. Het zijn hoofdzakelijk in de vorige eeuw aangeplante dennen en sparren, die erg gevoelig zijn voor spelingen van de natuur.”

Zenker heeft in zijn jeugd al een keer meegemaakt dat de bomen massaal stierven, door zure regen die de Oost-Duitse textielindustrie veroorzaakte. Die industrie is nu weg, “maar daar hebben we droogte en schadelijke insecten voor in de plaats gekregen. Zo’n gigantische kolencentrale plus mijn helpt nou niet echt dat te verbeteren.”

Economische belangen

Bij PGE, het grootste energiebedrijf van Polen, zijn ze ondertussen niet onder de indruk van de Tsjechische en Duitse bezwaren. Ook de Europese roep om afscheid te nemen van kolen, boeit ze niet. Bij PGE kijken ze liever naar de economische belangen.

Volgens een woordvoerder werken er in de mijn en de elektriciteitscentrale 3.600 mensen die per persoon weer voor vier extra arbeidsplaatsen zorgen. Denk aan bakkers, supermarkten, restaurants, et cetera. “Voor de gemeente Bogatynia met ruim 25.000 inwoners, komt dat neer op zo’n beetje alle werkgelegenheid”, zegt een PGE-woordvoerder. De Turów-mijn kan als de nieuwe elektriciteitscentrale klaar is met proefdraaien volgens hem de energieconsumptie dekken van 2,3 miljoen huishoudens. Dat is niet iets wat je zomaar even opgeeft.

De bezwaren van de Duitsers en Tsjechen zijn bovendien zwaar overdreven. De mijn wordt helemaal niet groter, zegt de woordvoerder, alleen dieper. De hoeveelheid fijnstof is verwaarloosbaar, net als de geluidsoverlast. Alleen het grondwater kan inderdaad een probleem vormen aan Tsjechische zijde. “Maar er wordt hard aan gewerkt om dat op te lossen in de vorm van een onderaardse wal om het water tegen te houden.”

Bruinkolen in Polen

Polen is na Duitsland de grootste bruinkolenproducent in de EU en de vijfde van de wereld. Aangezien bruinkolen transporteren zeer kostbaar is (veel duurder dan steenkolen), worden ze bijna altijd ter plekke verbrand. Verreweg de grootste centrale is in Belchatów (Centraal-Polen), waar de kolen worden aangevoerd uit twee grote mijnen. Er loopt momenteel een procedure om een derde mijn te openen, zodat de centrale langer open kan blijven. Het tweede grote mijnbouwgebied is Turów in het meest zuidwestelijke puntje van Polen. En dan is er nog een derde kleinere mijn bij het plaatsje Turek.

Naast bruinkool wordt er in Polen ook nog heel veel steenkool geproduceerd. Polen is de op negen na grootste steenkolenproducent ter wereld. Samen met de bruinkolen is dat goed voor driekwart van de stroomvoorziening. Mede vanwege de afhankelijkheid van kolen is Polen het enige EU-land dat nog niet zijn handtekening heeft gezet onder het Europese verdrag om in 2050 klimaatneutraal te zijn. De Poolse regering zegt daar meer tijd voor nodig te hebben.