Direct naar inhoud

Veel aangekondigd beleid vindt een thuis in de Energiewet — artikel bevat een betaalmuur

Dit artikel heeft een betaalde toegangsblokkering, wat betekent dat een deel van de inhoud pas kan worden gelezen als u bent ingelogd en een geldig abonnement heeft.

Geplaatst in genre: Geplaatst in sectie:
Geschreven door:
Gepubliceerd op: 13 juni 2023

Halsreikend heeft de sector uitgekeken naar het wetsvoorstel Energiewet, omdat daarin duidelijkheid zou komen over een keur aan heikele onderwerpen. Energeia zet de antwoorden op een rij: wat wordt het percentage van de terugleververgoeding voor zonnestroom van eigen dak? Verdwijnt de vangnetregulering definitief? Komt er een capaciteitsmechanisme? En hoe zit het met slimmemeterallocatie?

Terugleververgoeding

Voor het overschot aan stroom dat consumenten na salderen terugleveren aan het net krijgen zij nu een redelijke vergoeding. Die wordt op dit moment bepaald door de markt. In de nieuwe Energiewet is nu vastgelegd dat de prijs die een consument krijgt voor teruggeleverde ‘overtollige’ zonnestroom ten minste 80% is van het kale tarief waartegen zij de elektriciteit afnemen, dus voor belastingen en heffingen. Wel houdt Jetten de optie open om bij Algemene Maatregel van Bestuur een absolute prijs vast te stellen als minimum tarief voor redelijke vergoeding. Ook is in de Energiewet bepaald dat de redelijke vergoeding niet een negatief bedrag kan zijn. Dit alles gebeurt als de salderingsregeling wordt afgeschaft. Dat ligt nu voor in de Eerste Kamer. Zo niet, dan blijft de huidige, niet gedefinieerde, “redelijke vergoeding” bestaan.

Meerdere leveranciers op één aansluiting

Consumenten en bedrijven kunnen meerdere energiebedrijven in de arm nemen om hun in- en uitgaande energiestromen te regelen. Zo kunnen zij elektriciteit afnemen van de ene leverancier en de stroom terugleveren aan het net via een andere partij. Ook het aanpassen van het elektriciteitsverbruik in reactie op marktprikkels (vraagrespons) kunnen consumenten met ingang van de nieuwe Energiewet bij een aparte leverancier beleggen. Ze zijn dus niet gebonden aan de leverancier, degene die hem elektriciteit levert, maar kunnen voor de verschillende activiteiten verschillende partijen contracteren. Energiemaatschappijen mogen consumenten hier niet van weerhouden door het bijvoorbeeld te verbieden bij het afsluiten van een contract of door minder gunstige tarieven te rekenen.

Peer-to-peer levering

Meerdere leveranciers op één aansluiting maakt ook peer-to-peer-levering mogelijk. Dat kan direct, via een overeenkomst tussen “actieve afnemer” en de “eindafnemer”. In dat geval is de “actieve afnemer” vergelijkbaar met een leverancier en draagt diegene ook bijvoorbeeld balanceringsverantwoordelijkheid. Wel is de “actieve afnemer” vrijgesteld van de plicht om een leveringsvergunning te hebben. Een andere optie is om de levering tussen de twee “peers” te laten lopen via een marktdeelnemer die de levering mogelijk maakt, en die aan de bestaande eisen voor een leverancier moet voldoen.

Peer-to-peer-levering kan ook plaatsvinden tussen bedrijven. In dat geval is de leverancier die de levering mogelijk maakt niet vergunningsplichtig. Doel is om de administratieve lasten voor deze groep te verlichten en tegelijkertijd een grotere mate van vrijheid in het maken van afspraken toe te staan.

Slimmemeterallocatie

“Het wetsvoorstel continueert de ingezette overgang van analoge meetinrichtingen naar digitale meetsystemen”, zo leest het in de toelichting op de Energiewet. Een van de zaken die hier onder valt is de zogenoemde collectieve slimmemeterallocatie -hoewel dat begrip niet letterlijk terug te vinden is in de tekst. Collectieve slimmemeterallocatie komt erop neer dat netbeheerders dagelijks de kwartierwaarden van een slimme meter mogen uitlezen, om deze vervolgens te gebruiken bij de zogenoemde allocatie (tenzij de communicatiefunctionaliteit op verzoek is uitgeschakeld). Allocatie wil zeggen: het toewijzen van de energie-uitwisseling met het elektriciteitsnet door aangeslotenen. Allocatie wordt bijvoorbeeld gebruikt om de kosten van balanshandhaving te verrekening met de netgebruikers. Als de allocatie niet klopt, klopt de verrekening ook niet.

Bij de allocatie van kleinverbruikers worden momenteel jaarprofielen gebruikt, waarin geen rekening wordt gehouden met zonnepanelen, elektrische auto’s of warmtepompen. Omdat deze statische benadering steeds verder van de werkelijkheid af komt te staan, is er al langer een wens om data van slimme meters te gebruiken voor de allocatie en de onbalansverrekening. Omdat er geen zogenoemde wettelijke grondslag bestaat om de meetdata hiervoor te gebruiken, kan dat nu nog niet. De Energiewet levert die grondslag: “Beoogd is om de beschikbaarheid van hoogwaardige en hoogfrequente meetgegevens te vergroten, waarbij de DSB’s [distributiesysteembeheerders, red.] de taak krijgen om, ten behoeve van een meer gedetailleerde en eerlijke onbalansverrekening, één keer per dag de meetgegevens per kwartier (elektriciteit) te gaan verzamelen.”

Capaciteitsmechanismen

Zoals aangekondigd door toenmalig staatssecretaris Dilan Yeşilgöz-Zegerius opent de Energiewet de mogelijkheid voor het instellen van een strategische reserve. Een strategische reserve is eigenlijk de lichtste vorm van een capaciteitsmechanisme: het gaat om stroomproductiecapaciteit of flexibiliteit die hoogspanningsnetbeheerder Tennet buiten de markt om kan inzetten op het moment dat een tekort dreigt.

De Energiewet moet de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet bundelen en moderniseren. Minister Rob Jetten (Economische Zaken en Klimaat, D66) noemde het “een stevig wettelijk fundament voor de energietransitie”. Op de foto de Amercentrale. (Foto: Ruud Morijn/ANP)

De strategische reserve kan niet zomaar worden ingesteld, zo leest het in de wetstoelichting, maar de stap moet “noodzakelijk” zijn “om leveringszekerheid te behouden”. De wet zegt niet meer dan dat de minister de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit kan opdragen een strategische reserve in te richten conform de Europese regels die daarvoor gelden, en dat eventueel via een algemene maatregel van bestuur “nadere regels” kunnen worden gesteld.

De strategische reserve is het enige capaciteitsmechanisme waar de Energiewet ruimte aan biedt. Verdergaande mechanismen, waarbij bijvoorbeeld marktpartijen betaald kunnen worden om productiecapaciteit achter de hand te houden om in te zetten op momenten van schaarste, zijn niet omschreven in de wet. De noodzaak voor deze mechanismen, in de vorm van een strategische reserve of anderszins, is er nu ook niet “aangezien de Nederlandse elektriciteitsmarkt thans goed functioneert”.

Aansluittermijnen

Systeembeheerders (de wet vervangt het woord ‘netbeheer’ door ‘systeembeheer’) moeten transparanter worden over de actuele en verwachte beschikbaarheid van transportcapaciteit op het netwerk, en de termijn waarbinnen zij deze capaciteit kunnen leveren. Het kabinet hoopt hiermee onzekerheid bij bedrijven weg te nemen. De Energiewet draagt de Autoriteit Consument & Markt (ACM) op nieuwe aansluittermijnen uit te werken. Deze termijnen mogen immers niet in de wet zelf worden vastgelegd, bleek in 2021 uit een uitspraak van het Europese Hof van Justitie.

De ACM is hiermee, vooruitlopend op de Energiewet, al aan de slag gegaan. Afgelopen week nam de toezichthouder in de Netcode Elektriciteit een aansluittermijn op voor kleinverbruikers van achttien weken, dezelfde termijn als tot voor kort vastgelegd in de Elektriciteitswet. De ACM neemt op een later moment een apart besluit over de aansluittermijn voor grootverbruikers. In een ontwerp-codebesluit koerste de toezichthouder voor grootzakelijke aansluitingen af op een ruimere termijn van veertig weken.

Alternatieve contractvormen

De Energiewet geeft de ACM ook mogelijkheden om alternatieve contractvormen voor gebruik van elektriciteitsnet uit te werken. Het gaat dan bijvoorbeeld om zogenoemde non-firm ATO’s, dat zijn aansluit- en transportovereenkomsten (ATO’s) waarin de transportcapaciteit tijdsgebonden of flexibel is. In de Elektriciteitswet 1998 staat dat de overeengekomen transportcapaciteit in een ATO op elk moment gegarandeerd beschikbaar moet zijn voor de gebruiker. Non-firm ATO’s zouden meer flexibiliteit moeten bieden om transportschaarste op het net te kunnen matigen.

Ook hierop heeft de ACM al een voorschot genomen. Vorig najaar startte de toezichthouder een consultatie voor de introductie van alternatieve contractvormen. In maart van dit jaar sloot systeembeheerder Stedin een flexibel aansluit- en transportcontract met het Zeeuwse consortium On E Target voor een 2 MW-batterij op bedrijventerrein Slabbecoornpolder in Tholen. Daarin hebben de partijen vastgelegd dat de batterij alleen mag ontladen en laden als er ruimte op het net is.

Vangnetregulering

De vangnetregulering verdwijnt, zoals ook al stond in de conceptversie van de Energiewet. De vangnetregulering is bedoeld om consumenten te beschermen tegen te hoge tarieven, en houdt in dat toezichthouder Autoriteit Consument & Markt (ACM) de tarieven controleert op redelijkheid. Alle leveranciers moeten daarom elk tarief vier weken voor de ingangsdatum ter toetsing aan de toezichthouder opsturen. In de conceptversie van 2020 stond dat de vangnetregulering niet strookt met de Europese wetgeving, en dat de Nederlandse markt voldoende geliberaliseerd was om consumenten te beschermen tegen tussentijdse verhogingen.

Maar de energiecrisis van de afgelopen twee jaar heeft laten zien dat die geliberaliseerde, concurrerende markt niet altijd naar behoren werkt. De toezichthouder was en is tegenstander van afschaffing van de vangnetregulering, en ook de Raad van State adviseerde om een speciale vangnetregulering voor kwetsbare groepen te formuleren in de nieuwe Energiewet. Maar dat gebeurt niet. Weliswaar is de opmerking over de voldoende concurrerende Nederlandse markt uit de tekst verdwenen, maar dat de vangnetregulering niet strookt met Europese regelgeving blijft overeind.

En dus verdwijnt die. In plaats daarvan heeft de ACM nu de expliciete taak er op toe te zien dat elektriciteit en gas geleverd worden tegen concurrerende, transparante, goed vergelijkbare en non-discriminatoire tarieven. De toezichthouder kan, om dat te bereiken, een bindende gedragslijn opleggen. Hoe het verstrekken van gegevens aan de ACM eruit ziet, wordt uitgewerkt in een algemene maatregel van bestuur.

Modelcontracten

Leveranciers met meer dan tweehonderdduizend eindafnemers moeten hun een contract met dynamische elektriciteitstarieven aanbieden -mits die klanten een slimme meter hebben. Bij dynamische tarieven rekenen de leveranciers per uur het tarief dat ook op de groothandelsmarkt geldt, plus een opslag voor zaken als onbalanskosten. Per maand krijgen klanten de factuur voor de daadwerkelijke energiekosten; er is dus geen sprake van een voorschotnota. Deze bepaling volgt uit Europese wetgeving.

Ook verplicht de wet leveranciers zowel een modelcontract te bieden met een looptijd van minimaal twaalf maanden en vaste tarieven, als een modelcontract voor onbepaalde tijd met variabele tarieven. Die laatste versie bestaat al, en kon lang op weinig liefde rekenen, tot de consumentenmarkt als gevolg van de energiecrisis vastliep.

Extra eisen leveranciers

De eisen die aan een leveringsvergunning worden gesteld zijn verder uitgebreid. Na de liberalisering lag de nadruk op het toegankelijk maken van de markt voor nieuwe aanbieders. Eerdere faillissementen, zoals bijvoorbeeld van Energieflex, hebben laten zien dat strengere regels de kwaliteit van de aanbieders ten goede zou komen.

Aan het rijtje van financiële, technische en organisatorische kwaliteiten waarover een leverancier moet beschikken is nu ook de eis van voldoende deskundigheid toegevoegd. Ook moet een aanvrager voortaan een verklaring omtrent gedrag van de bestuurders overleggen, en kan de ACM een onderzoek laten doen naar de integriteit van de aanvrager in het kader van de Wet Bibob. Tot slot moet een leverancier een vast en variabel modelcontract aanbieden.

De waarborgsom die een energieleverancier mag vragen is gemaximeerd op viermaal het voorschotbedrag, om het risico voor deze klanten bij een faillissement te beperken.

Energiegemeenschappen

Met de nieuwe Energiewet wil de overheid de vorming van energiegemeenschappen stimuleren. Energiegemeenschappen zijn in het meest voor de hand liggende geval energiecoöperaties die energie produceren en leveren aan eigen leden. De overheid wil nu burgers “stimuleren [om] in gezamenlijk verband ‘actief’ te worden op de energiemarkt”, omdat dergelijke lokale initiatieven “kunnen leiden tot een grotere participatie en meer investeringen in de energietransitie”, aldus de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel.

In het voorstel is daartoe om te beginnen een definitie opgenomen van een energiegemeenschap. De rechtsvorm ligt niet vast, maar wel ligt vast dat een energiegemeenschap actief moet zijn op de energiemarkt en “als hoofddoel heeft het bieden van milieuvoordelen of economische of sociale voordelen aan haar leden, vennoten of aandeelhouders of aan de plaatselijke gebieden waar ze werkzaam is, en niet is gericht op het maken van winst”. Een energiegemeenschap is vrijgesteld van de vergunningsplicht waar commerciële energieleveranciers aan moeten voldoen, mits zij aan enkele verder voorwaarden voldoet. Zo mag een energiegemeenschap over de periode van een jaar niet meer elektriciteit of gas leveren dan ze op jaarbasis zelf invoedt op het systeem, en kan de minister het maximale aantal leden of aandeelhouders vaststellen.

Onlangs schreef Energeia over een energiecoöperatie in de Achterhoek die eigen leden zelfopgewekte stroom levert tegen kostprijs, waardoor de coöperatieleden dus geen last hadden van de toenmalige hoge marktprijs voor elektriciteit. Dit project is te zien als een energiegemeenschap in de zin van de nieuwe Energiewet. Het is de bedoeling van Energie Samen, de koepel van energiecoöperaties, om meer van dergelijke experimenten te doen onder de noemer Local4Local. Dit initiatief leidde tot een discussie in deze kolommen rond de vraag of dit initiatief de vrije markt ondermijnt.

Correcties & Aanvullingen

Dit artikel is gewijzigd op 15 juni 2023 om 9.48 uur. Toegevoegd is aan het lemma ‘terugleververgoeding’ dat de genoemde bepaling in de Energiewet in werking treedt als het wetsvoorstel over de afbouw van de salderingsregeling is aangenomen. Dat wetsvoorstel ligt bij de Eerste Kamer.